‘Hoe was jullie vakantie in Normandië?’ vroegen verschillende mensen mij afgelopen weken. Mijn antwoord? ‘Het was superleuk, maar wel heel veel sportieve mensen.’ En zoals jullie misschien wel weten ben ik niet sportief. Mijn vriend en dochters daarentegen vonden ‘t fijn daar. Ik ook wel. Maar … anders.
Oké, het hielp niet dat we de eerste vakantiedag – op zaterdag – vertrokken. Iedereen was moe en de meiden hadden op ‘t laatste moment nog even een virus meegenomen waardoor er veelvuldig gekotst werd op de achterbank.
Note to self: de volgende vakantie blijven we eerst een paar dagen thuis zodat een eventueel virus er thuis uit gekotst kan worden en ik meer tijd heb om alles voor te bereiden.
Maar hé, na een lange autorit kwamen we om een drie uur ‘s middags aan op de camping aan de westkust van La Manche, een schiereiland van Normandië. De lucht was grijs en het regende pijpenstelen. Bij aankomst kwam ik er ook nog achter dat je voor een WiFi-kaartje van twee uur zes euro moest betalen.
Als je al bereik had. Maar dat wist ik toen nog niet.
Nog een note to self: volgende keer checken of de camping écht goede WiFi heeft. Nee? Dan kom ik er niet. Ik heb wel blogs te runnen en mails te beantwoorden. Doet niemand anders voor mij. Dus ja, WiFi.
Dus nee, de eerste avond vond ik het niet echt leuk. De meiden waren veel enthousiaster. Ondanks dat virus renden ze over ‘t strand. Of misschien waren ze gewoon blij dat ze verlost waren van die achterbank in de auto. Ook mijn vriend keek goedkeurend om zich heen en mompelde iets ‘dat hij hier wel lekker kon hardlopen.’
Ja, hij had zijn hardloopkleding mee. Maar daar twijfelden jullie vast niet aan.
De rest van de camping zag er ook uit alsof ze hielden van hardlopen. Hardloopschoenen stonden voor de tent, wetsuits lagen te drogen op de waslijnen en de bodyboards en kano’s lagen naast de caravans. De campinggasten zagen er ook uit alsof ze net uit hun kano’s waren gestapt met hun afritsbroeken en sweaters.
Want het waait daar heel veel. En heel hard. Geen wonder dat er zoveel van die sportieve kitesurfers waren die later hun sweater aantrokken.
Een probleem? Ik ben niet sportief. Zet mij in een kano en ik knal om, doe mij op een bodyboard in de zee en ik krijg een steen op mijn hoofd en laat mij hardlopen en ik krijg last van dikke knieën.
Dat is ook een talent.
Nog een probleem: ik haat harde wind. Daar krijg ik koppijn van. Heeft mijn oma ook last van. Ik ben gewoon erfelijk belast.
Dus ja, nog een note to self: wanneer er staat dat een camping geschikt is voor kitesurfers, dan kom ik er niet. Dan moet ik rennen. Ze gaan maar lekker wegwaaien zonder mij.
Nu denk je waarschijnlijk dat ik een ontzettende rotvakantie heb gehad.
Nee dus.
De volgende dag werden de wolken verdreven door de wind, zag ik blauwe lucht en brak de zon door. En ik kon lekker liggen voor de stacaravan – die overigens prima was – liggen op de ligstoel. Veel dagen zwommen de meiden zwommen in het zwembad, huppelden we over het strand of de meiden renden rond in de speeltuinen die in de duinen gesitueerd waren. En ja, mijn vriend heeft nog een paar dagen hardgelopen.

Ik ergerde mij zelfs niet meer zo aan de wind.
Op dagen dat ‘t niet zo mooi weer was, gingen we wat doen. En er is genoeg te doen in Normandië. Je hoeft je daar niet te vervelen en dat is – en dat meen ik uit de grond van mijn hart – echt heel leuk. We zijn natuurlijk naar de Amerikaanse invasiestranden en andere bekende dorpjes geweest, hebben samen met half Frankrijk de kinderen uitgelaten in het briljante museum Cité de la Mer in Cherbourg en gingen naar het eeuwenoude kasteel van Willem de Veroveraar in Falaise.
Daar heeft de kleuter het nog steeds over.
Eigenlijk vlogen de twee weken voorbij. Ik heb mij niet al teveel geërgerd aan het gebrek aan mobiel bereik of WiFi, heb nog leesvoer geruild met de Groningse buurvrouw en heb dus veel gelezen.
Het was best oké. Al was ik vaak de enige vrouw in een jurk met bijpassende schoenen. En ik had ook heus wel door dat de buurvrouw rechts voor mij mijn dochters en mij ‘de roze meisjes’ noemde.
Ik heb ‘t maar als een compliment opgevat.
Maar zou ik er weer naar toe gaan? Nee. Dat niet. Volgende keer gaan we dieper het zuiden in. Wel weer aan de westkust van Frankrijk waar het minder waait (die plekken zijn er ook), waar er WiFi bereik is en waar ik niet tussen – hoe aardig ze ook zijn – kitesurfers zit.
Maar ach, mijn kinderen vonden ‘t fantastisch. Ze vertellen nog regelmatig – aan iedereen die ‘t maar horen wil – over Frankrijk. Inclusief de we-hebben-zo-gekotst-in-de-auto-toen-we-naar-Frankrijk-gingen-verhalen. En aan de verschrikte gezichten van mensen te zien is dat ook wat waard. Al hoop ik dat we volgende vakantie virusvrij op vakantie gaan.




Geef een reactie