Een tijdje geleden was mijn peuter dol op het woord ‘nee.’ Het werd te pas en onpas gebruikt. Maar nu heeft ze een nieuw stopwoord. Twee om precies te zijn: ‘hoeft niet.’ Ik weet niet wat ik erger vind: ‘nee’ of ‘hoeft niet.’
Dat ‘nee’ was tenminste nog luid en duidelijk. Dat ‘hoeft niet’ zegt ze vooral graag op zo’n zeurderig toontje. Bijna als een verveelde puber van veertien.
En dan krijg je gesprekken zoals dit:
Wil je je eten opeten?’ Hoeft niet.
Doe je even je jas aan? Hoeft niet.
Wil je het speelgoed opruimen? Hoeft niet.
Je gaat nu in bad! Hoeft niet.
Kom, je gaat lekker slapen. Hoeft niet.
Totdat je vraagt of ze een stukje worst – haar favoriete snack – wil, dan is het opeens ‘ikke!’
En natuurlijk zegt ze het nooit bij andere mensen. Op de peuterschool hadden ze het nog geen enkele keer gehoord en tijdens een logeerpartij bij mijn ouders heeft ze het niet één keer gezegd.
Totdat ze opgehaald werd door mijn vriend en ze bij thuiskomst niet uit de auto wilde komen. ‘HOEFT NIET!’
Ik heb haar uiteindelijk er wel uitgekregen.
Maar ik ben oprecht benieuwd hoe lang deze fase duurt. Als-ie net zo lang duurt als de ‘NEE’-fase dan zijn we het haasje. Dan is ze wel vijf voordat ze daar uit is. Tegen die tijd kan ik ongetwijfeld geen ‘hoeft niet’ meer horen. Al komt er dan misschien ook nog wel een ‘ja’ tussendoor. Al hoeft het blijkbaar niet.




Geef een reactie