Vanochtend belde het kinderdagverblijf. Of ik mijn dochter wilde ophalen, want ze was ziek. ‘Dat is helemaal niet Liv’, zei de medewerkster nog. Gelukkig had ik net mijn afspraak bij de verloskundige achter de rug en kon ik haar meteen ophalen. Mijn dochter bleek een hoopje ellende. Maar wat schetste mijn verbazing? Eenmaal thuis voelde ze zich meteen beter …
‘Zou ze schooltjeziek zijn’, grapte mijn vriend toen hij belde vanaf zijn werk. Dat dacht ik niet. Mijn dochter die geen zin had in ‘t kinderdagverblijf? Die kans was klein. Normaal gesproken is mijn dochter best vrolijk, in ‘t bezit van teveel energie en behoorlijk enthousiast. Zeker als d’r andere kinderen zijn om mee te spelen.
Bovendien voelde mijn dochter zich al niet lekker. Al dagenlang niet. Met dank aan een verkoudheid die zich ontwikkelde tot een oorontsteking. Het gevolg? Hangerig, huilerig, slecht slapen en klagen over een oortje dat pijn deed. Hartstikke zielig.
Maar hé, gisteren at ze weer beter, had ze geen koorts meer en babbelde ze d’r alweer vrolijk op los. Het ergste was achter de rug, zo leek het. ‘Oh, die kan weer naar het kinderdagverblijf’, dacht ik nog.
Maar na een slechte nacht had ik vanochtend beter moeten weten. Nee, ze had geen koorts en ja, ze at ‘t meeste van d’r ontbijt op, maar haar ‘thuis bij mama blijven’ voorspelde weinig goeds. ‘Ach, dat zegt ze wel vaker,’ zei mijn vriend nog. ‘En dat komt altijd goed.’
Die keren wel. En daar vertrouwde ik maar op.
Totdat ik een paar uurtjes later dat telefoontje kreeg. ‘Ze ligt op de bank onder een dekentje en huilt om mama. Ze is heel zielig’, vertelde de medewerkster. ‘Zo kennen we haar niet.’ Nou, zo kende ik haar ook niet. Je begrijpt: ik ben er meteen naar toe gegaan.
En ja hoor, daar lag mijn dochtertje heel zielig onder een dekentje op een matras. De medewerkster zat naast d’r ( wel een geruststellend idee trouwens), maar zodra mijn dochter mij zag, wierp ze het dekentje van zich af en vloog in mijn armen. ‘Mama’, huilde ze.
Ik heb me nog nooit zo schuldig gevoeld.
Maar daarna ging het alleen maar beter. ‘Naar huis’, riep mijn dochter. En dat deden we. Eenmaal thuis had ik helemaal geen zielig kind meer. Ze kroop naast mij op de bank, dronk d’r fles op, at een banaan en een broodje, keek naar Dora en babbelde intussen vrolijk verder.
‘Heb je nog last van je oortje?’ vroeg ik nog. Ze knikte. ‘Of wilde je eigenlijk naar mama?’ Mijn dochter knikte weer. ‘Ja.’ En ik begreep haar volledig. Als je ziek bent, is er no place like home. Bij je moeder. Op de bank. Dan voel je je meteen een stuk beter. Hoe lief en aardig de medewerksters van een kinderdagverblijf ook zijn.
Dat snap ik. Als ik ziek ben wil ik ook gewoon ‘t liefst thuis op de bank hangen. Onder mijn eigen deken voor mijn eigen tv. En daarom hou ik d’r nog maar een dagje thuis. Gewoon om uit te zieken. Krijgen de medewerkers van het kinderdagverblijf volgende week vast weer de Liv binnen die ze kennen.
Afbeelding: Daniëlle Spoelstra




Altijd vervelend als ze zichzelf niet zijn. Goed dat je haar nog een dagje thuis houdt, niets is fijner vor een kind.
Inderdaad. Dan zijn ze ook zo zielig. Morgen maar even lekker uitzieken!