Vorige week zei één van de pedagogisch medewerkers op de peuterschool tegen mij dat ze ‘een schriftelijke observatie’ van mijn peuter aan mij zou meegeven. Mijn peuter wordt namelijk deze week drie en dan schijnt het normaal te zijn dat je zo’n observatie krijgt. Prima. Ik kon mij niet voorstellen dat het allemaal heel serieus was. Fout gedacht. Ik kreeg een heuse beoordeling van mijn peuter. Het stoom komt nog steeds uit mijn oren.
Want een beoordeling ( of zoals ze dus zo mooi omfloerst zeggen: een observatie ) van een peuter door pedagogische medewerkers op een peuterschool? Ik vind daar wat van.
Een heuse map …
Vooral omdat die schriftelijke observatie een heuse map bleek. Met eerst tig pagina’s theoretisch gelul over de ontwikkeling van een peuter ‘en hoe je daar op in moet spelen.’ Op de laatste pagina’s stond de beoordeling. Verbaasd bladerde ik het door. Ze hadden zelfs categorieën als sociaal-emotionele ontwikkeling, zelfredzaamheid, speel- en leerontwikkeling, taalontwikkeling Nederlands, Taalontwikkeling moedertaal ( voor ons niet van toepassing) en motoriek.
Vervolgens ontdekte ik dat zo’n peuter beoordeeld wordt op héél véél vaardigheden binnen zo’n categorie. Een vol gekrast rondje betekent dat ze precies doen wat van ze verwacht wordt, een kruisje in zo’n rondje is bad news. Dan doet je kind niet wat ze willen dat-ie doet. In het tabje ‘observaties’ kan zo’n medewerker nog een aanvullende opmerking geven.
Voor de duidelijkheid: HET GAAT HIER OM KINDEREN DIE NET DRIE ZIJN GEWORDEN. Sorry lieve mensen, maar hier is CAPSLOCK voor bedoeld.
Theoretisch gelul
Want al het theoretisch gelul ten spijt, het is volstrekt onzin om een peuter die net drie wordt, al in vakjes, hokjes en lijntjes te zetten. Maakt mij geen donder uit of het een positief of negatief resultaat oplevert. Ik werd er dan ook meteen ongelofelijk opstandig van. Rot op met je beoordelingsformulier. Het kind is drie. Natuurlijk moet ze veel dingen leren. Daarvoor ben je drie. Als je drie bent, moet je nog lekker spelen. Dat je nog niet op een driewieler kunt fietsen of nog niet weet dat je een vierkant niet door een rondje kan rammen, interesseert mij niets.
Het wordt pas zorgwekkend als je dat op je twintigste nog niet weet.
En ach, natuurlijk stond er in dat rapport dat mijn peuter niet goed kon delen en erg ongeduldig was. Guess what? Ik heb heel veel volwassen familieleden die nog steeds moeite hebben met delen ( ‘waarom zou de buurman in mijn auto moeten rijden?’) en ongeduldig zijn. Voor de rest functioneren ze prima.
Later moet je ‘t weer afleren …
En daarbij, al die dingen die peuters NU moeten leren, word je later – als je groot bent – het liefst weer afgeleerd. Dan moet je opeens niet meer binnen de lijntjes kleuren, maar out of the box denken, creatief zijn en jezelf onderscheiden. Heel leuk als je dertig bent, maar als je drie bent wordt dat zo niet gewaardeerd door pedagogisch medewerkers.
Weliswaar is het mijn stokpaardje, maar ik blijf het zeggen: de grootste denkers en uitvinders van deze wereld hielden zich niet aan de regeltjes. Als ze dat hadden gedaan dan was er geen vliegtuig de lucht in gegaan, hadden we geen licht gehad en stonden vrouwen nog steeds achter het aanrecht.
Opstandig
Ja, ik weet het. Ik ga los. Ik word opstandig. En dat alleen vanwege zo’n observatie waar die medewerkers – dankzij die regeltjes – zich ook aan moeten houden. Maar diezelfde medewerkers vertelden mij afgelopen maanden ook ‘dat het zó goed ging’ met mijn peuter. In die observatie las ik dat niet terug. Dat was voornamelijk kritiek.
Op. Een. Kind. Van. Net. Drie.
‘Amerikaanse toestanden’
Toch zijn die pedagogische medewerkers het probleem niet. Zij doen – soms op hun geheel eigen unieke wijze – hun best. Het échte probleem? Ons schoolsysteem is aan het doorslaan. ‘Amerikaanse toestanden’, noemde iemand op mijn Facebook pagina het al. En ze zit er niet ver vanaf. Alles moet getest worden, achterstanden zo snel mogelijk opgemerkt en iedereen moet in ‘t zelfde vormpje passen.
Ik heb er nu al genoeg van. Laat peuters doen waar ze goed in zijn: laat ze spelen, laat ze ontdekken en laat ze lekker experimenteren. De één is wat eerder, de ander is wat later. Is helemaal niet erg, daar ben je een kind voor. En zolang een kind gezond is en geen enorme achterstanden heeft ( kan mij voorstellen dat het daar dan wel nuttig is) komt het wel goed.
En dan laten we nu die beoordelingen wel over aan volwassenen over die opeens – heel gek – niet meer out of the box kunnen denken. Kunnen we die peuters weer met rust laten.





Geef een reactie