Aan het eind van de ochtend zat ik weer met mijn moeder en mijn jongste dochter in de wachtkamer van de huisarts. De reden? Mijn dochter sliep de laatste twee nachten – na haar oorontsteking – weer onrustig. Zouden het dan toch die oren weer zijn?
De afgelopen dagen zat mijn peuter weer aan d’r oren. En dan sliep ze ook nog onrustig. Lees: ze werd huilend wakker en sliep alleen maar door als ze lekker bij mij en mijn vriend in bed lag. Bij voorkeur overigens helemaal op mijn kussen en tegen mij aan. Ik werd d’r wantrouwig van. Niet tegenover mijn dreumes, maar wel tegenover die oren …
Nadat namelijk die oorontsteking bij de dreumes is geconstateerd, merk ik nu al dat ik die oren dubbel check. Zijn ze rood, komt er iets raars uit, hoort ze mij wel? Dat werk. Vooral toen ze wéér onrustig sliep.
Nu heb ik daar niet enorme problemen mee, slaap is slaap, maar liever slaap ik zonder kinderen. Maar goed, soms is het niet anders. Vooral niet als ze pijn hebben. Mijn vriend was daar nu wat minder van overtuigd. ‘Volgens mij heeft ze geen last meer van de oren’, zei mijn vriend nog. ‘Ze wil gewoon bij ons liggen.’
Maar omdat we die laatste oorontsteking gemist hadden én ze weer dezelfde tekenen begon te vertonen, wilde ik de oren van de dreumes toch later checken door de huisarts. Dat kon. Een paar uur later kon ik er al terecht. Mijn moeder – die een auto heeft – was zo lief om ons te brengen.
De huisarts , een nieuwe – kende ik nog niet, klikte meteen met de dreumes. ‘Och, wat ben jij een leukerd!’ riep ze tegen mijn dochter die vervolgens nog harder terug lachte. Echt, ik mocht die huisarts meteen. Vooral omdat mijn dreumes niet eens schreeuwde en huilde toen de huisarts met een apparaatje in d’r oren keek.
For the record, de vorige keer probeerde ze een andere huisarts nog te slaan.
Dit ging goed. Vooral omdat de huisarts constateerde ‘dat de oren er nu heel mooi uitzagen.’ Met andere woorden, de oorontsteking was weg. WEG! Ik was me toch een partij opgelucht. Niet eens zozeer voor mijzelf, maar vooral voor mijn dreumes.
Wel had ze last van trommelvliezen ‘die wat naar buiten stonden.’ Geen ramp. Hebben heel veel mensen als ze bijvoorbeeld gevlogen hebben. Misschien ken je dat gevoel dat na een vlucht je oren dicht zitten en dat er druk op zit. Nou, dat gevoel dus.
An sich al vervelend genoeg. Ik weet niet hoe het met jullie is, maar ik haat dat gevoel ook. Grote kans dat mijn dreumes dat ook heeft. Het arme kind.
Wat je daar tegen kan doen? Op bepaalde tijden sprayen in de neus met een zoutoplossing ( en nee, dat vinden ze niet leuk) en Otalgan oorspray. Dat laatste heb ik meteen gehaald in de nabijgelegen apotheek. Dat zijn van die oordruppels die de boel daarbinnen wat verdoven. Heel handig als mijn dreumes toch even wat wil slapen.
Al moet je die druppels even overslaan als het trommelvlies kapot is. Maar ja, dat was ‘t niet. Dat had de huisarts zelf net gezien. ( Toch, als je het niet zeker weet? Check het even bij je huisarts).
Eenmaal thuis had mijn dochter vooral honger. Zo’n onrustige nacht en een uitstapje naar de huisarts zorgden daar wel voor. Al dankte ik de uitvinder van de Nijntje-koeken in gedachten toen we die dreumes even zoet moesten houden in de wachtkamer.
Maar een koekje zet geen zoden aan de dijk. Althans, niet bij mijn dreumes .
Na heel veel kaas en wat brood, bracht ik die dreumes naar bed. Otalgan druppels in het oor en klaar. En ja hoor, toen sliep ze beter. Niet veel beter, maar wel iets. En geen oorontsteking. Hoera. Dus vanavond gaat die Otalgan er weer in. En die neusspray ook. Wie weet helpt het.
Ik hoop het. Ik kan de woorden ‘oren’ en oorontsteking’ nu al niet meer horen.
Afbeelding: KeepCalm




Geef een reactie