Het was gisteren prachtig weer. De zon scheen, het kwik steek boven de dertig graden en het zat heerlijk op het terras. Het was zowaar de eerste tropische dag. Een dingetje? Wij zaten aan het eind van de middag weer bij de huisarts. Met dank aan de dreumes die koorts en ademhalingsproblemen had.
En ja, zoals een aantal van jullie weten: mijn dreumes is wel vaker ziek. Maar de laatste weken ging het best aardig. Tot gisternacht. Toen heeft ze – en ik overdrijf niet – van negen uur ‘s avonds tot zes uur ‘s ochtends gejengeld. Af en toe werd er zelfs keihard gegild.
Dat was niet bevorderlijk voor haar nachtrust, maar ook niet voor die van ons of die van haar zus.
De volgende ochtend besloot ik het nog even aan te kijken. Ze had maar een beetje verhoging en vooralsnog bleef het ontbijt erin. Net als wat water en een tuc koekje. Wel hoestte ze erg en werd ze opeens wel heel erg verkouden. Zo erg dat ze om een uur of elf er toch nog een deel uitspuugde. Ondanks een zetpil (tegen de koorts) en zoutoplossing (om de druk op de oren te verlichten) wilde ze maar een half uur slapen.
Gelukkig wilde ze daarna wel water en meer Tuc koekjes. Echt, ik zweer je: ik weet niet wie die Tuc koekjes heeft uitgevonden, maar ze zijn in dit soort gevallen echt fantastisch. Ze wilde daarna zelfs nog een uurtje of wat slapen.
Maar aan het einde van die bloedhete middag ging het snel bergafwaarts. De koorts liep opeens op, ze kon alleen maar huilen en nog enger: ze werd kortademig en de ademhaling ging piepend. ‘Bel de huisarts maar’, zei mijn anders zo nuchtere vriend die het er ook mee eens was dat dit niet bepaald de goede kant opging.
Gelukkig nam de assistent meteen op. ‘Laat haar maar komen. Hoe laat kun je hier zijn? De praktijk gaat om vijf uur dicht.’ For the record, het was twintig voor vijf. ‘Vijf uur’, zei ik nog. Razendsnel werden de schoenen aangedaan en vijf minuten later sjeesden we weg in een bloedhete auto. Intussen spuugde de dreumes nog even op een handdoek. Dat kon er ook nog wel bij. Vijf voor vijf stonden we met het zweet op het voorhoofd in de praktijk. Het moet er niet al te fraai uitgezien hebben.
De huisarts en de assistent zagen er niet uit alsof ze het erg vonden dat wij op het laatste moment verfomfaaid aan kwamen zetten. Toch best lief, aangezien ik mij kon voorstellen dat ze na een werkdag ook wel eens even van de zon wilden genieten.
In plaats daarvan onderzocht de huisarts geduldig mijn dreumes die daar natuurlijk helemaal geen zin in had. Het oordeel? Een virus in de longen zorgde ervoor dat ze kortademig werd. Met als gevolg dat ze een pufje kreeg dat we meerdere malen met een zuurstofmasker op haar gezicht moesten geven.
Goed nieuws? Dat pufje helpt prima. Het slechte nieuws? Mijn dreumes haat dat zuurstofmaskertje. Heel begrijpelijk, want zo leuk is dat allemaal niet. Maar alles voor het goede doel: vannacht om twee uur hebben we ‘t nog toegediend. Het was krijsen. Maar dan ook echt krijsen.
Dat was even niet gezellig. Maar daarna sliep ze wel tot half zeven rustig door. En vanochtend gaat het al een stuk beter na nog een nieuw pufje. Dat was overigens weer een veldslag, al krijgen mijn vriend en ik er nu al meer handigheid in. Met als resultaat dat de koorts is gezakt, de ademhaling normaal is, het ontbijt erin is gebleven en ze zojuist een halve banaan heeft opgegeten.
Geen slechte score.
Vandaag wordt het weer een warme dag, maar hopelijk verloopt-ie voor de dreumes én voor ons beter. Want op een tropische dag moet je gewoon op het strand of in de tuin zitten. Niet bij de huisarts, hoe aardig ze ook zijn.




Geef een reactie