Vandaag stond een oud-collega met haar dochter op de stoep. En dat was gezellig. Vooral omdat er veel bij te kletsen viel en omdat onze dochters – more or less – even oud zijn. Een voordeel: heel veel dingen zijn herkenbaar. Wat dacht je van het concept delen? En daar is het ene kind net even wat beter in dan het andere …
Overigens is mijn dochter altijd eerst even verlegen als ze ergens anders is of andere mensen ontmoet. Het liefst verstopt ze zich, steekt ze haar duimpje in haar mond en slaat ze een arm voor haar ogen. Is er geen plek om zich te verstoppen dan kruipt ze bij mij of bij haar vader op schoot.
Vaak ontdooit ze wel na een kwartiertje en holt ze niet veel later door de kamer.
Maar vandaag was ze moe. En ze had last van doorkomende kiezen. Nooit een goede combinatie. Bovendien was ze al met het verkeerde been het bad uitgestapt. Dat kan namelijk bij kleine kinderen. De ene dag gaat het fantastisch, de andere dag is het huilen geblazen. Dat herkende die vriendin ook.
Vandaag was het huilen geblazen voor dochterlief. In eerste instantie ging de kennismaking nog goed. Ze verstopte zich achter een stoel, speelde met haar bal en keek af en toe eens om het hoekje of iedereen er nog steeds was. Het werd wat vervelender toen het andere meisje naar het speelgoed liep van dochterlief.
Dat viel niet in goede aarde. Dochterlief houdt niet van delen. Hoeft normaal gesproken ook niet, want ze is het enige kind hier in huis. Mind you, delen zou geen probleem moeten zijn, want het kind heeft bakken met speelgoed.
Maar als je rond de zestien maanden bent, is het misschien nog iets te vroeg voor het concept delen. Al waren die vriendin en ik keurig bezig om onze dochters op dat gebied vandaag iets bij te brengen. Lukte best goed bij het – overigens erg schattige – dochtertje van de vriendin.
Mijn dochter vond het een minder groot succes. Dit was haar paleis. Met haar speelgoed. En nee, het was niet de bedoeling dat iemand anders daarmee vandoor ging. Dat begreep haar speelmaatje niet zo. Op het kinderdagverblijf moet je toch ook delen? En dus speelde ze met een grote glimlach lekker door.
Gelijk had ze.
Mijn dochter kroop in een hoekje en keek nu zielig. Zag er heel sneu uit. Maar ja, ook delen moet wennen. Maar omdat zielig alleen in een hoekje zitten – en ook nog eens je hoofd stoten – ook zo sneu is, pakte ik haar op. Heel lang – en dat doet ze anders nooit – zat ze op mijn schoot te kijken naar hoe haar speelmaatje het wel heel gezellig had.
Het was duidelijk dat mijn eigen dochter hier even aan moest wennen.
Maar stukje bij beetje ging het beter. Tot na de lunch. De vriendin toverde een boekje van Bumba – ja, die lelijke clown is de held van dochter – tevoorschijn en las het voor aan de twee meiden die naast elkaar zaten aan tafel. ‘Bumba!’ mompelde mijn dochter. Maar nu was haar speelmaatje het niet eens was met het voorlezen. Ze wilde het boekje vasthouden. En. Wel. Nu.
Mijn dochter was stil. Waarschijnlijk was ze al lang blij dat er iets met Bumba werd gedaan.
Maar daarna kwam alles goed. Nadat de dochter van de vriendin het boekje had gepakt, gaf ze zowaar het boekje door aan mijn dochter. Al gaf mevrouw het niet terug. Gelukkig hadden we nog een Bumba boekje. Scheelt toch weer.
Niet veel later waren ze allebei toch weer in tranen. Niet omdat ze iets moesten delen, maar omdat ze allebei doodop waren na zoveel spelen en delen. En dat is logisch als je zestien maanden bent. Alles moet leren.
Die vriendin en ik maken ons daar geen zorgen om. Dat doen we pas als ze op hun dertigste nog steeds hetzelfde gedrag vertonen. Dan gaan ze gewoon samen in therapie. Dan leren ze echt wat delen is.
Afbeelding: Dreamstime – Maksim Toome




Geef een reactie