‘Weet je wat wij vanavond wel kunnen doen?’ zei mijn vriend dit weekend. ‘We kunnen wel steengrillen.’ Leek mij best gezellig. Vooral voor de kinderen. Nou, die kinderen vonden er geen moer aan. Het werd een heus fiasco.
Het begon allemaal zo goed. Mijn vriend – een liefhebber van ‘t concept steengrillen – ging de stad in om mooi vlees en verse vis bij de slager en de visboer te kopen. Dat lukte. We haalden de steengrill uit de kast, stoften het ding af en zetten ‘m klaar. Leuk tafelkleed, goed servies, bubbels …
We hadden er zin in.
Maar het gedoe begon al toen die steengrill verwarmd moest worden. Dat ding wordt dus enorm heet en dat is niet handig met een energieke kleuter en een eigenwijze peuter-in-wording in de buurt. Ik had nog niet ‘wegblijven bij de steengrill’ gezegd of ze ze hingen boven dat ding.
Want alles dat niet mag is hier per definitie leuk.
Op één of andere manier lukte het toch om die handen heel te houden. Ongeduldig zaten ze rond de tafel. Te wachten totdat wij ook gingen zitten. Maar die voorbereidingen duurde ze veel te lang. ‘Wij zijn er klaar voor hoor’, riep de kleuter terwijl de peuter-in-wording honderd manieren om haar gezicht in een bord te drukken, uitvond.
Dat was geen goed teken.
Maar hé, we bleven vrolijk. Hartstikke leuk, dat steengrillen. Echt een familiedingetje. Toch? We gooiden er wat vlees en vis op, sneden wat tomaten en mikten wat saus op de borden.
Toen ging ‘t mis.
‘Wil je vlees?’ vroeg mijn vriend aan mijn kleuter. ‘NEEEEEEEE’, gilde ze. ‘IK HEB AL TOMAAT.’ De peuter-in-wording schudde verwoed met haar hoofdje van nee toen haar diezelfde vraag werd gesteld. ‘Ik geef haar al tomaaa-haat’, riep de kleuter.
Maar daar had haar zusje ook geen boodschap aan.
Drie minuten later klom de peuter-in-wording van haar stoel af en ging ervan door. ‘MAMA, NIKKI GAAT WEG!’ gilde de kleuter. ‘Mag ik ook?’ Tegen die tijd was mijn vriend er al klaar mee. Had-ie zo’n lekker vlees gehaald, moesten die dochters van ‘m er niets van hebben. ‘Nou, ga dan maar!’ riep vriendlief en keek mij aan. ‘Kan ik tenminste rustig eten.’
Het probleem was pas opgelost toen mijn vriend zich herinnerde dat we nog kaascroissants hadden. ‘Willen jullie croissants?’ De meisjes knikten. Een minuut later zaten ze braaf aan tafel hun kaascroissants op te eten en konden wij doorgaan met eten.
Dat was ‘t positieve dingetje.
Nadien stonk alles, rekende ik uit dat die kinderen precies twee tomaten hadden gegeten en dat ik vooral hamburgers naar binnen had gewerkt. ‘Volgende keer maak ik wel gewoon gevulde kip en spinazietaart’, zei ik nog. ‘Dat eten ze wel.’ Mijn kleuter was het daar ook mee eens., ‘Oh kip, nou, dat lus ik wel hoor.’
De steengrill is inmiddels weer opgeborgen. Ik denk dat het 2025 wordt, voor-ie er weer uitkomt. Al denk ik niet dat we de kinderen daar een plezier mee gaan doen.





Geef een reactie