‘Ze had vanochtend de bokkenpruik op’, zei één van de juffen toen ik vanochtend mijn peuter ophaalde van de peuterschool. Ik geloofde meteen dat ze zich opstandig had gedragen in de klas. Thuis doet ze momenteel niet anders.
Terrible Two
Mijn peuter verkeert momenteel even in de – zoals de Angelsaksen het zo mooi noemen – Terrible Two fase. In het Nederlands beter bekend als de ik-ben-twee-en-ik-zeg-nee-periode.
Maar het vervelende is, is dat mijn peuter geen ‘nee’ zegt. Deed ze dat maar. Nee, mijn peuter doet het gewoon niet. Of ze krijgt een driftbui. Of drie. Het liefst binnen een half uur.
Bokkenpruik
Ik vroeg daarom ook maar aan de juf of ze nog een driftbui had gehad. Dat was niet het geval. ‘Ze had er gewoon geen zin in’, zei de juf. ‘Ze wilde niet in de kring zitten. Ze wilde niet meedoen aan opdrachtjes. En ze wilde telkens plassen. Ze had de bokkenpruik op.’
Dat laatste doet ze trouwens omdat ze niet écht hoeft te plassen. Ze ziet het als een uitweg, een mogelijke vluchtroute. Maar dat terzijde. De juf was er trouwens niet van onder de indruk. ‘Komt wel goed hoor. Deze leeftijd is echt zo’n fase.’
Dat deed de kleuter ook
Nou, dat klopt. Dat weet ik nog toen mijn kleuter dezelfde leeftijd had. Zij haalde dezelfde – weliswaar iets minder driftige – capriolen uit. Niet luisteren, haar eigen zin willen doen en vooral niets van andere mensen aantrekken. Dat werk. Dat heeft mijn peuter nu ook. Plus drie driftbuien per dag. Het liefst op een openbare plek als het schoolplein, de supermarkt of in een restaurant.
Op een schoolplein is niet eens het probleem. Daar kijken ouders je óf begripvol aan (‘ik maak dit ook mee’) óf met een blik vol medelijden (‘ik weet wat het is en ik ben zo blij dat mijn jongste kind nu zes is’). Ook in de plaatselijke supermarkt – waar iedere dag wel een kind schreeuwend op de vloer ligt – vallen de blikken erg mee.
Lelijke blikken
Maar in een restaurant? Daar heb ik wel eens een paar lelijke blikken gekregen van mensen die zich ergerden aan mijn eigenwijze peuter. En ook bepaald niet onder de indruk waren van mijn pogingen om de peuter rustig te houden. Ik kan je verzekeren: dat zit je er helemáál niet meer ontspannen bij.
‘We hebben allemaal wel eens zulke blikken gehad’, stelde een vriendin – ook moeder van een eigenwijze peuter – mij gerust. ‘Het hoort erbij.’ Om er daarna hard lachend aan toe te voegen ‘dat het een fase is en we er zoveel voor terug krijgen.’
Ooit komt het goed
En dat is het, een fase dan. Die kleuter van mij gedraagt zich nu prima. Is lekker aan het kleuren in een restaurant, blijft gewoon zitten en spreek op een normale toon. Logisch, veel vijfjarigen begrijpen de wereld nu eenmaal wat beter. Zij hebben die ontwikkeling al doorgemaakt.
Dat gaat ook echt wel ergens gebeuren bij mijn peuter. Maar vooralsnog heeft ze bokkenpruik nog op. Hopelijk besluit ze ‘m ergens af te zetten. Bij voorkeur voor haar derde. Wedden dat die juf van de peuterschool dat ook een prima idee zou vinden?




Geef een reactie