Over pak ‘m beet twee weken kunnen we onze puppy ophalen. We zijn nu druk bezig om het huis op te ruimen en hondenspullen te kopen. Maar dat is nog het eenvoudigste stuk, want over de grootste vraag zijn we het nog niet eens. Want hoe moet de hond nou heten?
Nog geen naam voor een reu
En met die vraag zijn we al weken bezig.
Het stomme is? Was het een teefje, dan hadden we snel een naam gevonden. Vorig jaar had ik drie favorieten genoteerd en uit die favorieten had de rest van het gezin gewoon een naam moeten kiezen.
Punt.
Ja, ik heb af en toe last van een dictatoriaal trekje.
Maar zo’n lijst had ik – jammer genoeg – niet voor een reu. Gewoon omdat ik eerder geen rekening hield met ‘t feit dat we ook een reu zouden kunnen kopen. Beetje naïef, ik weet het.
‘Rotkat!’
Aan de andere kant: dat biedt toch ook weer perspectief. De namenlijst was geheel blank. Tijd voor suggesties.
En net als bij de meiden – we discrimineren niet – stelden we een lijst op met allerlei namen die eventueel geschikt zouden kunnen zijn. Iedereen had een inbreng.
Mijn vriend stelde Connor voor. Voor de mensen die ooit The Terminator zagen, geen onbekende naam. Nou, daarom die naam dus. Mijn peuter – die nogal in de My Little Pony fase zit – stelde Twilight Sparkle voor en de kleuter riep heel hard dat we de hond wel ‘rotkat!’ konden noemen. ‘Want zo noemden jullie de kat ook als ze vroeger weer eens geplast had op de bank!’
Overigens gedraagt die kat zich de laatste tijd best keurig. Plastechnisch gezien dan. We zitten zelfs in de fase dat we weer haar gewone naam gebruiken. Niet dat ze daarnaar luistert. Maar dat is weer een andere blog.
Desondanks vond mijn kleuter het heel grappig.
‘Konijn, kom dan!’
Het deed mij onmiddellijk denken aan een vriendelijke Amsterdams echtpaar waar een goede vriendin van mij tijdens onze studentenperiode in Amsterdam bij inwoonde. Zij hadden hun kat ‘konijn’ genoemd. Net als veel Amsterdammers trouwens. Hartstikke lollig.
Vooral toen we een keer de kat kwijt waren, over de grachten liepen en zoiets als ‘konijn, kom dan!’ riepen. Toeristen en andere mensen moeten hebben gedacht dat wij echt een beetje van het padje waren. Maar dat terzijde.
Geen rotkat dus.
Afgewezen namen
Ikzelf had een paar Ierse en Britse namen opgezocht. Rory vond ik lekker Iers. Werd meteen afgekeurd. ‘Rorrrrrrrrrrry’, riepen mijn kleuter en vriend in koor. Jimmy mocht ook niet. ‘Want waar is Sjors dan?’ (Dit grapje is – denk ik – alleen maar leuk voor mensen die de jaren tachtig nog hebben meegemaakt). Cillian (ik beken: met dank aan dat lekkere ding uit Peaky Blinders) vonden ze ook maar niets.
Er was alleen één naam waar de kleuter en ik het helemaal over eens waren. Lekker kort, iedereen begrijpt ‘m (de hond hopelijk ook) en volgens de kleuter was het ‘een vette naam, want een vriendin van Barbie heet ook zo en zij is vet cool.’
Dat argument heb ik trouwens maar niet aan vriendlief verteld toen ik deze naam aan het verdedigen was. Mijn vriend is namelijk nog niet helemaal overtuigd. Diep in zijn hart wil-ie gewoon een Connor. Ik voel het.
Misschien toch?
‘Maar misschien moet ik nog even aan de naam wennen’, zei hij laatst. Laten we het hopen. De kleuter en ik vinden dat deze naam het namelijk moet worden. En geef toe, alles is beter dan ‘rotkat.’




Geef een reactie