In een vorig leven was ik verslaafd aan roken en het kopen van tassen en schoenen. Veel schoenen. En die schoenen had ik ondergebracht in een schoenenkast. Maar die schoenenkast is nu hartstikke kapot. En dus heb ik vanmiddag ook afscheid genomen van veel schoenen. Met een beetje hulp van de dochters.
Schoenenkast
Mind you, ik wist al langer dat die schoenenkast het niet lang zou volhouden. Een dikke zeven jaar terug was het al een klein wonder dat de kast de verhuizing overleefde van mijn appartement in Amsterdam naar een huis in Sneek.
‘Ik zou er maar niet teveel mee slepen’, zei mijn vader – één van de verhuizers – nog,’want dat ding valt van ellende uit elkaar.’ Maar ach, het ding stond toen wel mooi op zolder. Met daarin tientallen paren schoenen waar ik nooit meer naar omkeek.
Comfortabele schoenen
Want in de loop van de tijd verruilde ik de hakken steeds meer voor gympen en platte veterboots. Kon ik tenminste achter mijn dochters aan rennen.
En voor mijn voeten was het wel zo prettig. Stiekem begon ik die comfortabele schoenen steeds meer te waarderen. En ach, gympen zijn tegenwoordig helemaal salonfähig. Je hebt bijna geen hakken meer nodig.
Tot mijn eigen verbazing kocht ik ook niet vaak meer nieuwe schoenen. Waarom nieuwe hakken als mijn Allstars of Adidas veel lekkerder liepen?
Opruimen?
Maar in die tussentijd stond die schoenenkast daar maar wat te staan op zolder. Tot lichte ergernis van mijn vriend die af en toe vroeg of ik niet eens ‘mijn honderd miljoen schoenen kon opruimen.’
Maar ach, van die kast – inclusief die schoenen – had ik geen last. Ik zag het toch niet. Ik had mijn favoriete paren schoenen in de slaapkamer en de hal staan en dat was prima zo.
Kapot
Tot mijn vriend besloot de zolder op te knappen. Even lekker opruimen, verven en het netjes maken. Dat werk. Hartstikke goed. Maar de schoenenkast moest dus wel aan de kant.
En ja, ik had ‘m keurig opgeruimd. Lees: de schoenen aan de kant gegooid. Al kwam ik toen zelf ook tot de schrikbarende conclusie dat er wel heel veel schoenen uit dat ding kwamen zetten. ‘Mama toch,’ verzuchtte mijn oudste dochter nog.
Daarna probeerde mijn vriend de kast te verplaatsen.
En mijn vader’s voorspelling kwam uit. Het ding donderde van ellende in elkaar. Mijn jongste dochter was daar trouwens bij aanwezig. Ze rende hard naar beneden. ‘Mama, ik denk dat je even boven moet komen …’
Dat deed ik.
En daar stond-ie. De half in elkaar gedonderde schoenenkast. Hier was geen redden meer aan.

‘ECHT LELIJK!’
Nu er geen kast meer was, zat niets anders op dan mijn schoenenvoorraad aan te pakken. Er moest gesorteerd worden. Mijn dochters wilden meehelpen. ‘Want er zitten ook schoenen bij die ik later wil hebben!’ riep mijn oudste dochter.
En dus reikten mijn dochters mij telkens een paar schoenen aan. Soms gingen ze meteen in de vuilniszak. ‘Zat jij vroeger op paardrijden ofzo?’ riep mijn dochter. ‘Jij hebt zoveel paardrijlaarzen. ECHT VET LELIJK!’ Ik probeerde nog uit te leggen dat ‘t toen mode was, maar dat landde niet.
Bij twijfel keken ik en de dochters naar andere schoenen. ‘Vinden we die echt mooi?’ riep mijn oudste dochter verschillende keren. En als die vraag wordt gesteld, dan weet je dat die schoenen weg gaan. Vooral als je vriend telkens net iets te enthousiast ‘KAN OOK WEL WEG!’ roept.
Het resultaat? Twee volle vuilniszakken met schoenen.
Genoeg schoenen over …
Maar er bleven genoeg schoenen over. De hakken met zilveren glitters bleven (wil mijn oudste dochter later op lopen), die met de blauwe pailletten eveneens (keus van jongste dochter), alle zwarte hakken hielden we ook (‘want die kunnen gewoon altijd’ zei oudste dochter wijs), net als veel gympen en mijn fantastische laarzen die ik ooit kocht in Florence (‘waarom heb je DIE nooit aan?’), de bruine laarzen die ik vond in Sevilla en mijn zwarte laarzen die ik ooit kreeg in Brussel.
Je begrijpt: er zijn nog genoeg schoenen over.
Alleen zonder schoenenkast.
Een voordeel? Ik heb nog genoeg ruimte over in mijn kledingkast. Hopelijk dondert die kast niet in elkaar.




Geef een reactie