Mijn dochter is momenteel vaak doof. Oostindisch doof welteverstaan. Vooral als we ergens anders zijn. En definieer dat ‘ergens anders’ maar als ‘niet thuis.’ Op andere plekken vertikt ze het vaak om naar mij te luisteren. En ik ben niet de enige met dit probleempje.
‘Dit doet ze anders nooit!’
Want hoe vaak ik ‘dit doet hij/zij anders thuis nooit’ heb gehoord, is gewoon niet meer te tellen. Ik heb mij er zelf ook al schuldig aan gemaakt als mijn dochter ‘ergens anders’ weer eens aan bepaalde dingen zat waar ze niet aan mocht zitten.
Daar ben ik maar mee opgehouden.
Lachen!
Mijn dochter doet thuis soms dit soort dingen namelijk ook. Een voordeel? Ze weet dat ik hier meteen ingrijp. Op een andere plek weet ze maar al te goed dat ik dit soms minder snel doe. Vooral als andere mensen ontzettend moeten lachen om haar acties.
Dan is het te laat. Het wordt een spelletje, een act waar ze succes mee heeft. Hartstikke leuk voor mijn dochter, wat minder voor mij en mijn vriend.
Ik ben niet de enige …
Maar nogmaals, ik ben niet de enige. Laatst vertelde een vriendin dat haar zoon in een winkel absoluut niet naar haar wilde luisteren. ‘Hij zat overal aan en rende telkens naar buiten’, zei ze. ‘Toen heb ik ‘m op de grond gezet en gezegd dat-ie NU moest blijven zitten.’ Maar nu komt het: ‘de eigenaresse keek me aan alsof ik de slechtste moeder op deze hele aardbol was.’
Ik begreep die vriendin van mij onmiddellijk.
De slechtste moeder op aarde
Ook ik heb al die blikken gekregen als ik mijn dochter en plein public terecht wees. ‘Wat een vreselijke moeder’, zag je ze denken. Aan de andere kant, als je het niet doet, krijg je ook goedbedoelde adviezen of opmerkingen van andere mensen.
Zo stonden twee vrouwen laatst in de supermarkt streng naar mij te kijken. Ik was rustig aan het boodschappen doen en had mijn dochter even in de wandelwagen gezet. Want vergeet dat rustig boodschappen doen maar als mijn dochter het hele rek met potten wortels leeghaalt. Niet leuk voor mij en ook niet leuk voor de potten die het waarschijnlijk niet gaan overleven.
Maar goed, dat maakte de vrouwen niet uit. ‘Ik liet mijn kinderen altijd gewoon rondlopen’, zei de één tegen de ander. ‘Dat konden die van mij gewoon.’ De ander keek nu ook heel trots. ‘Ja, ik heb ook al snel die wandelwagen de deur uitgedaan. Hadden mijn kinderen niet meer nodig.’
Ik kon ze wel wurgen. Vanwege meerdere redenen ( ook iets met onbeschoft gedrag enzo). Ik troostte mij met de gedachte dat andere boodschappers vast wel blij waren met mijn overigens erg vrolijke kind in de wandelwagen. Bleven toch alle potjes met wortels lekker heel.
Maar resumerend? Je doet het nooit goed.
Hardnekkig probleem
Vooral omdat die oostindische doofheid een hardnekkig probleem is. Soms gaat het een dag goed, soms wel twee of drie, en dan – bam – steekt-ie weer in één keer de kop op. De enige mogelijkheid? Consequent zijn en zoveel mogelijk nee zeggen. Ik zweer je: ik heb nog nooit zo vaak nee gezegd in mijn leven.
En voor de deskundigen die zeggen dat je ‘vooral in gesprek moet met je kind?’ Nou, ik geef ze het te doen met een kind van negentien maanden dat oostindisch doof is. Dat kunnen veel andere moeders je ook vertellen. Behalve die twee moeders in de supermarkt dan. Ik wens ze nu al héle lastige pubers toe.
Hoe gaat het bij jullie? Luisteren jullie kinderen voorbeeldig (if so – vertel me hoe je dat doet) of luisteren jullie kinderen soms ook voor geen meter?
Afbeelding: © Dana Rothstein | Dreamstime Stock Photos




Geef een reactie