Ook al was het de vorige keer geen groot succes, toch besloot ik voor de bevalling dat ik na de geboorte van mijn dochter weer wilde beginnen met borstvoeding. Zo gezegd, zo gedaan. Al duurde dat niet lang. Sterker nog, we zijn al overgeschakeld op de flesvoeding. En eerlijk gezegd is dat een opluchting. Voor ons allemaal.
En ja, natuurlijk weet ik dat borstvoeding – op papier dan – ‘t beste is voor je kind. Maar dan moet het ‘t allemaal wel naar behoren doen. En dat was nu net het probleem: dat deed het niet.
Het begon zo goed …
Het grappige is dat het er in eerste instantie allemaal prima uitzag. Mijn dochter had geen enkel probleem met aanleggen, dronk goed en alles kwam lekker op gang. ‘Misschien zou het nog wel eens kunnen lukken’, vertelde ik nog aan de kraamverzorgster en mijn moeder.
Aanmodderen met een huilbaby
Tijdens de vorige zwangerschap was dat namelijk niet gelukt. Een kleine maand heb ik aangemodderd met een huilbaby die later vooral hongerig bleek te zijn en daarom uren aan mijn borst hing. Het was een drama. Ik zat er doorheen, mijn vriend was doodop en ik had een kind dat niet ophield met huilen. Tot ze haar eerste fles met kunstvoeding kreeg, stil werd en daarna sliep als een os.
‘Ik ga NU een flesje klaar maken’
Nou, zo ver is het nog niet eens gekomen met de tweede dochter. De derde, vierde en vijfde nacht bleken al een drama. Mijn vriend herkende meteen ‘t patroon. ‘Dit had Liv ook’, mopperde hij. Maar daar bleef het niet bij. Het gehuil hield aan. Om drie uur ‘s nachts was hij er klaar mee. ‘Ik ga NU naar beneden en ik ga NU een flesje klaar maken’, riep hij.
En dat deed-ie.
Na dat flesje leek het net alsof we naar een ander kind staarden. Ze was tevreden, oogde relaxt en – nog belangrijker – ze sliep. En wij dus ook.
Wegen, meten en kolven
Maar toch was ik zelf nog niet helemaal overtuigd. De dag daarop heb ik – met hulp van de kraamverzorgster – de hele dag gekolfd, de borst gegeven en mijn dochter gewogen om te kijken wat er nou binnen kwam. Dat bleek genoeg. Een klein detail? Ze werd ook niet vol van de gekolfde melk. Het was alsof we er water in gooiden. Een half uur later schreeuwde ze alweer om meer. En nog erger: mijn dochter viel alleen maar af.
Conclusie? Mijn borstvoeding bleek weer – ook al zeggen ‘ze’ dat het niet kan – van een waardeloze kwaliteit.
Overstappen
‘s Avonds zat ik huilend van moeheid aan de keukentafel. En juist dat had ik mijzelf voorgenomen om niet meer te doen. ‘Waar zijn wij nou helemaal mee bezig?’ vroeg mijn vriend zich af. ‘Hier gaan we allemaal aan onderdoor als we zo doorgaan.’ Goede opmerking. Dat vroeg ik mij ook af. En dus besloten we – on the spot – die flesvoeding er weer bij te pakken.
Die nacht sliepen we tussen de voedingen door. Het was zowaar normaal.
‘Hoe ging het?’ vroeg de kraamverzorgster de volgende ochtend. ‘Prima’, zei ik nog. ‘Maar niet op de manier die ik verwacht had.’ Mijn kraamverzorgster – die absoluut niet tot de borstvoedingsmaffia behoort – vond het prima. Net als mijn verloskundige. ‘Je hebt het geprobeerd’, was hun mening.
Geen gedoe meer
Inderdaad. Daarbij, mijn dochter groeide weer. Dat is toch het allerbelangrijkste. Zelf was ik vooral opgelucht. Wat een gedoe. Een dochter die aankomt, slaap en een prettig humeur tellen soms gewoon zwaarder. En je zou het bijna vergeten, maar op flesvoeding worden ze ook prima groot. Dan maar geen borstvoeding. Doe ik dat wel weer eens in een volgend leven.
Afbeelding: Daniëlle Spoelstra




Geef een reactie