‘Je gaat straks stapelgek worden van sommige figuren uit kinderprogramma’s’, voorspelde een paar jaar geleden een vriendin die al een stuk of wat kinderen had. ‘Al haat je het ene figuurtje net wat meer dan het andere,’ voegde ze – met een sardonische grijns op het gezicht – toe. Ik wist toen nog niet precies wat ze bedoelde. Inmiddels weet ik het wel. Iets te goed zelfs.
En uitgerekend mijn oudste dochter is dol op die kinderprogramma’s. En hoewel ze écht niet altijd tv mag kijken en ook de iPad niet altijd voor handen is, hoor ik toch iedere dag de liedjes en de geluiden van die programma’s. Vooral omdat ze ook speelgoed heeft dat gebaseerd is op die figuren. En dat speelgoed maakt soms geluid. Veel geluid. En weet je wel hoe lang het duurt voor die batterijen op zijn?
Dat. Duurt. Heel. Lang.
Er zit af en toe niets anders op dat gewoon het maar te ondergaan. En sommige dingen – hallo K3– vallen in verhouding nog best mee. Maar er zijn drie figuren waar ik écht stapelgek van word. Het liefst zou ik ze nóóit meer zien. Maar dat gaat natuurlijk voorlopig niet gebeuren.
Bumba
Met stip op 1 staat Bumba. Die akelige, onverstaanbare gele clown ( en ik haat clowns) met dat malle hoedje? Juist, dat is ‘m. ‘Nonnienonnienonnie’, galmde het hier maanden door het huis. Want ja, mijn oudste dochter bleek groot fan te zijn van die schele rotclown en zijn – al even onverstaanbare – maatje Bumbalu. Eerst was het nog schattig, toen werd het irritant en nu haat ik het ding. Maar tot op de dag van vandaag dwingt mijn dochter mij de openingstune van Bumba voor het slapen gaan te zingen.
En dat doe ik ook nog.
Het allerergste? Dochter nummer twee zit er lachend bij. Zal je zien dat ik het ook tot 2020 voor haar mag zingen. Nonnienonnienonnie toch op met je Bumba.
Dora the Explorer
Maar hoewel Bumba nu aan populariteit heeft ingeboet is het vervangen door Dora. En Dora the Explorer is zo mogelijk nog irritanter. Dora is een vroegwijs meisje met een hyperintelligente rugzak, een pratende kaart en een aapje dat Boots heet. Boots heeft trouwens in de Nederlandse versie een stem die het geluid van krassen over een schoolbord nog aangenaam maakt.
Maar goed, Dora dus. Dora is altijd heel slim, zingt tenenkrommende liedjes en is heel braaf. Je zou willen dat Dora eens de koekjestrommel van haar oma leeg roofde of die pratende kaart in de rivier gooide. Misschien is dat niet pedagogisch verantwoord, maar ik zou er een stuk minder rebels van worden.
Mijn dochter heeft daar geen last van. Iedere dag wil ze Dora kijken op tv, spelen met haar stuk of vijf Dora poppen ( of waren het er nu meer) en sleept ze haar Dora rugzak overal mee naar toe. En weet je, in het begin was ik nog opgelucht ook. Eindelijk verlost van Bumba, omarmde ik Dora. Had ik beter niet kunnen doen, want van Dora zijn we nog lang niet af.
https://www.youtube.com/watch?v=p_LE_VUloYA
Max en Ruby
Dat is allemaal nog niets vergeleken bij Max en Ruby. Max en Ruby zijn broer en zus. En twee konijntjes. De kleine Max is eigenlijk prima. Eigenlijk ben ik gewoon hartstikke Team Max. Hij zegt namelijk bijna niets ( pluspunt!), is een beetje ondeugend en plaagt – al dan niet met opzet – zijn zus Ruby.
Heeft-ie groot gelijk in.
Ruby is namelijk een bijzonder irritant konijn. Met dank aan een zeurstemmetje, een betweterige houding en de neiging om telkens Max in bedwang te houden. Ruby kan ik schieten. Zoals een bekende zou zeggen: ‘ze zit in mijn allergiezone.’ Nou, ook in die van mij.
En dan heb ik het nog niet eens over die openingstune gehad. ‘Max en Ruuuuuuuuby! Ruby en Max. Max en Ruuuuuby! Ruby en Max.’ Ik zweer je: ik word ‘s nachts wel eens wakker met dat deuntje in mijn hoofd. Alleen daarom al: nooit kijken. Maar vertel dat maar eens aan mijn dochter. Die zingt dat deuntje vanavond nog.
Overigens heb ik trouwens niet een hekel aan alle tekenfilms. De favorieten volgen nog. En daarbij ben ik heel benieuwd: aan welke figuren uit kinderseries hebben jullie nu een ontzettende hekel?




Geef een reactie