‘Je zult straks zien dat je je leven heel anders gaat indelen’, waarschuwde iemand mij na de geboorte van mijn dochter. ‘Nou, dat valt wel mee’, dacht ik nog. Maar niets is minder waar. Ik kan zeker nu drie dingen opnoemen die niet meer hetzelfde zijn nu ik een kind heb.
De deur uit
Als ik vroeger even weg moest, dan was dat vrij eenvoudig. Ik pakte een jas, tas, telefoon, mijn portemonnee, sleutels en vooruit – mijn zonnebril. Dat was het. Tegenwoordig gaat dat héél anders.
Eerst moet ik zorgen dat mijn dochter de juiste schoenen aankrijgt en vooral aanhoudt. En waar is haar jas eigenlijk? Maar dan hebben we ook nog de buggy nodig. Net als luiers, hygiënische doekjes, billencrème, een extra broek, een extra romper en een extra t-shirt. Voor het geval ze alles er onder knoeit met haar fles. Oh ja, de fles moet ook mee. En Bumba en Bumbalu niet vergeten. Anders wordt het zonder de knuffels een heus tranendal.
Alles klaar? Meestal vergeet ik dan zeker iets van mijn eigen rijtje sleutels-portemonnee-jas-telefoon en doe ik daar minstens vijf minuten over om mij te herinneren wat ik vergeten ben. Weet ik het eenmaal wel, dan ben ik al te ver van huis om terug te gaan.
Ik heb dat tegenwoordig geaccepteerd.
Op vakantie
Vroeger was een vakantie heel simpel. Na een middagje kijken, boekte ik een zonvakantie, betaalde en wachtte tot op het moment dat ik op vakantie kon gaan. Ik hoefde er alleen maar voor te zorgen dat mijn paspoort niet verlopen was en dat ik eventueel al buitenlands geld in mijn portemonnee had. De avond van tevoren gooide ik wat kleding in de koffer en klaar was ik.
Nu begint het gedonder al bij het bepalen wat voor soort vakantie we doen. Gaan we met het vliegtuig? Prima, maar niet te lang. En oh, wat is dat duur. En trouwens, hoe redden we ons met haar in dat hotel? Zullen we dan maar met de auto? Eh, Zuid-Frankrijk? Mwah, twee dagen rijden is ook niet gezellig. Nederland dan maar? Hmmm, slecht weer. De Ardennen? Ook slecht weer. Duitsland? Geen zin in.
Voordat je bepaalt dat je naar een camping in Frankrijk gaat, ben je dus al weken verder. Vervolgens zoek je ook nog een park, hotel of ander complex dat redelijk geschikt is voor kinderen. Een kinderbed en kinderstoel zijn soms toch nog best handig.
Voordat je iets hebt gekozen dat past bij je – ehm – behoeften, ben je ook weer een week verder.
En dan begint Het Grote Plannen. Ik weet niet hoe het met jullie is, maar ik maak tegenwoordig lijstjes. Met alles dat ik nodig heb. En dat streep ik de dingen op die lijstjes één voor één af. Handbagage wordt zo functioneel mogelijk ingepakt, de kleding is ook zo functioneel mogelijk en ik probeer vooral de medicijnentas niet te vergeten.
En dan heb je dus nog geen meter gevlogen of gereden met een vliegtuig of auto.
En waar ik vroeger nog allemaal dingen en kleding de avond ervoor in mijn koffer gooide, staat nu alles de dag ervoor klaar. Inclusief paspoorten, zonnebrillen, portemonnees en alle andere spullen voor dochterlief die ik sowieso bij de hand moet houden iedere keer dat ik de deur uitga.
En dan moet je nog vliegen of rijden. Echt, iedere keer dat ik op de plek van bestemming mijn eerste wijntje kan bestellen, ben ik ronduit opgelucht.
Eten
Vroeger was ik behoorlijk slordig met eten. Ontbijten? Hoeft helemaal niet als je twaalf uur ‘s ochtends op een zaterdag wakker wordt. Lunchen? Nou, dat kan ook prima om drie uur ‘s middags. En avondeten? Zeker als ‘t mooi weer was, aten we pas om een uur of half negen.
Dat zijn mediterrane eettijden waar ik nu alleen maar van kan dromen. Iedere ochtend zijn we nu om acht uur wakker ( hoezo uitslapen), krijgt dochterlief pap en neem ik toch maar een broodje. ‘s Middags wordt er stipt gegeten rond twaalf uur. Anders zet mijn dochter ‘t op een brullen. Hetzelfde geldt voor het avondeten dat tegenwoordig vanwege de precies dezelfde reden plaats vindt om zes uur ‘s avonds. Uit eten? Prima. Zolang we er maar om kwart over vijf zitten.
En wat betreft dat eten? Afhaaleten, kant-en-klaar-maaltijden en pakjes zijn natuurlijk hartstikke handig, maar nu ik een kind heb, ben ik zo’n doos die opeens redelijk ‘verstandig’ wil eten. En dus eten we opeens biologische ovenkip die ik zelf vul, boerenkool, zelfgemaakte pastasaus, vis met groente of vlees met aardappelen. Hoe suf wil je het hebben?
Wie had dat óóit gedacht?
‘Het is maar een fase’
Een voordeel? Aan de andere kant hoor ik ook ‘dat dit maar een fase is.’ Want zoals die bekende ook vertelde:’er komt een tijd – nu nog lang niet – dat je gewoon weer om half negen ‘s avonds kan eten.’ Zal je net zien dat ik het dan – net als uitslapen – niet eens meer kan.
Afbeelding: Daniëlle Spoelstra




Oh JA!!! Wat herkenbaar! Met veel gelach gelezen en ik geloof echt dat het bij veel mensen met kinderen er nu zo aan toe gaat. Maar je blijft er te leuk over schrijven! Dank daar weer voor! 😉
Haha, graag gedaan 😉 Ik ben blij dat jij het ook heel herkenbaar vindt!!!