Vroeger had ik echt de schurft aan mensen die de weg blokkeerden. Meestal waren dat mensen met overvolle winkelwagens of mensen met kinder- of wandelwagens. ‘Dat nooit’, dacht ik toentertijd. ‘Dat ga ik dus zó niet doen.’ Maar ik heb het al eerder geschreven: ‘zeg nooit, nooit.’ En daar moest ik vanochtend aan denken toen ik mij realiseerde dat ik nu ook onderdeel ben van de kinderwagenbrigade.
Vandaag was het namelijk Jaarmarkt in mijn woonplaats. Nu heb ik niet enorm veel met Jaarmarkten, maar gezellig is het wel. En omdat het vandaag toch bloedheet was, mijn dochter altijd wel zin heeft in een uitje en mijn moeder appte dat ze makkelijk een uurtje vrijaf kon nemen van haar werk voor een lunch op een terras, was de beslissing snel gemaakt.
Lopen!
En ik was in zo’n stemming dat ik wat aan mijn conditie wilde werken. En omdat ik normaal gesproken liever aartslui op de bank hang met een wijntje, besloot ik nu de stad in te lopen. Mijn dochter in de wandelwagen, drinken mee, goede schoenen aan en gaan met die banaan.
Zo gezegd, zo gedaan.
Het ging als een zonnetje. Het voordeel van zo’n wandelwagen is namelijk dat – vooral – mannen voor je aan de kant gaan. Meestal gaat dat gepaard met één of ander grapje dat iets te maken heeft ‘met verkeer dat altijd voorrang heeft.’
Juist.
De kinderwagenbrigade in actie
Maar eenmaal in de stad werd dat toch iets ingewikkelder. Meer moeders hadden ‘t geniale plan bedacht om met hun kleintjes in de kinderwagens richting stad te vertrekken. We zaten elkaar genadeloos in de weg. De HEMA was geen doorkomen aan. Zo’n beetje iedere vrouw had d’r kind in een wagen gezet terwijl zij besloot eens een nieuwe zomergarderobe uit te zoeken voor d’r spruit. En ik was daarop geen uitzondering.
We leken wel een heuse kinderwagenbrigade.
Mijn dochter maakte meteen van de gelegenheid gebruik om een heuse show met haar Bumba-knuffels op te voeren, andere kinderen ongevraagd aan te raken ( werd niet gewaardeerd) of heel hard KOEKJE te roepen. Maar eigenlijk konden alle andere moeders daar nog wel mee leven.
Ergernis
Het waren de mensen zónder kinderen die ons boze blikken toewierpen. We blokkeerden namelijk ook hopeloos hun wegen. ‘Waarom vandaag?’ zag je ze denken. ‘Waarom staan hier alle moeders met die rotkinderen in die rotkinderwagens?’ De één rolde met z’n ogen, de ander zuchtte heel diep terwijl de ander zo snel mogelijk weer de winkel uitliep. Onder hen twee nuffige meisjes van ongeveer zeventien.
En ik wist: ooit staat zeker één van de twee net als ik en die andere moeders net zo onhandig te manoeuvreren met de wandelwagen. En dan weet dat meisje: die moeders doen het niet expres. Ze zijn alleen maar onderdeel van de kinderwagenbrigade.
Net als ik dat nu ook weet. For the record: sindsdien heb ik ook veel meer begrip voor mensen die de wandelpaden blokkeren met volle winkelwagens. Dat heb ik er dan wel weer van opgestoken.
Afbeelding: Stokke.com




Geef een reactie