Onlangs las ik het boek van de Japanse opruimexpert Marie Kondo. En hoewel ik niet al haar adviezen opvolg (sommige adviezen zijn wel heel streng), heb ik wel mijn eigen kledingkasten onder handen genomen. Er kwamen – je leest het goed – vijf vuilniszakken met kleding uit. Ik heb meteen wat nieuwe kledingstukken in de kast gelegd. Vond ik heel logisch. Mijn vriend niet.
Maar goed, eerst even terug naar dat opruimen. Daar was ik vroeger bijzonder slecht in. Maar weinig mocht de deur uit, want misschien zou ik het nog een keer willen lezen, willen dragen of op een andere manier willen gebruiken. Gevolg? Een appartement vol meuk. Al waren het overwegend kledingstukken, tassen en boeken.
Een soort van hoarder-in-de-maak.
Een hele hoop spullen deed ik desondanks weg toen ik verhuisde van Amsterdam naar mijn huidige woonplaats Sneek. Maar nog steeds slaagde ik erin om heel veel meuk mee te nemen. Zelfs kleding die ik al in geen tien jaar had gedragen. Ja, da’s knap.
Maar de afgelopen tijd krijg ik daar steeds meer genoeg van. Zeker in combinatie met al dat speelgoed van de kinderen, werd het gewoon teveel. Zoveel dat het mij ergerde. Iets dat ik vroeger nooit had.
En dus besloot ik dit voorjaar op te ruimen.
Mijn kleding was afgelopen zaterdag als eerste aan de beurt. Dat vond zelfs mijn vriend een goed plan. ‘Wat moet je d’r allemaal mee?’ zei hij hoofdschuddend. Had-ie gelijk in. En dus heb ik op een zaterdagmiddag opgeruimd a la Marie Kondo opgeruimd. De kleding die meteen een ‘nee’ kreeg ging in de zak, twijfelgevallen gingen op een aparte stapel en kleding die mocht blijven, lag een stapel verderop.
Na een half uur constateerde ik dat ik al drie vuilniszakken vol had, dat de stapel twijfelgevallen helemaal niet zo hoog was en dat het ook wel meeviel met de kleding die mocht blijven. Het opruimen werkte, kortom, als een tierelier. Na pakweg anderhalf uur uur was ik klaar. Maar liefst vijf vuilniszakken had ik naar de garage gesjouwd ( lees: van twee trappen gegooid) en de kleding die ik wilde houden, had ik al opgevouwen en in de kast gelegd.
Het was opeens zo overzichtelijk. Al mijn lievelingskleding was nu in categorieën ingedeeld. Er zat zowaar structuur in. Opeens begreep ik niet waarom ik die andere kleding niet eerder had weggedaan. Wat moest ik met mini-rokken, cropped tops, mini-bikini’s en andere dingen die ik op mijn achttiende droeg?
Niets.
Dit had ik zoveel eerder moeten doen.
Ik moet er alleen wel even bij vermelden dat ik die zaterdagochtend nog in de stad was. Correctie, ik was in mijn favoriete kledingwinkel. Om een paar t-shirts ( overigens net een paar verwassen exemplaren weggegooid) op de kop te tikken. Dat is gelukt. Net als een nieuw vest en een flared jeans. Die heb ik meteen in mijn opgeruimde kast gelegd.
Vond ik volstrekt logisch. Hallo zeg, als je vijf vuilniszakken met kleding eruit doet en vier nieuwe stukken terug legt, dan is dat in verhouding helemaal niets. Mijn vriend was een andere mening toegedaan. ‘Maar je hebt net opgeruimd!’ zei hij met een gezicht dat verraadde dat hij mij maar een raar wezen vond.
Ben ik trouwens ook, maar dat terzijde.
Ik was vooral heel blij, want mijn opruimactie had vooral duidelijk gemaakt dat ik nog geen blauwe flared jeans in mijn kast had liggen. Dat weet ik nu wel. Ik heb ‘m zelfs. Oké, misschien vindt vriendlief dat onbegrijpelijk, ik ben er blij mee. Zeg dat alleen ook maar niet tegen Marie Kondo. Iets zegt mij dat zij mijn methode ook niet helemaal zou goedkeuren …
Afbeelding: Daniëlle Spoelstra




Geef een reactie