Vorig jaar verfde mijn peuter op Goede Vrijdag paaseieren. Het was een groot succes. En aangezien m’n schoonmoeder weer zo lief was om verfspullen te geven, leek het mij een prima idee om vandaag eieren te verven met mijn peuter. Fout gedacht.
Ik begon nog zo voortvarend. ‘Heb je zin om eieren te verven?’vroeg ik vanochtend nog aan mijn peuter. Dat had ze. Ze pakte zelfs een stoel zodat ze kon kijken hoe de eieren werden gekookt.
Intussen pakte ik de spullen. Een placemat, water en het verfsetje dat bestond uit verf, een penseel en zo’n ding waarin je het ei vast kon klemmen.
Dat laatste ding was geen succes. In de tijd dat ik bezig was om koud water over de eieren te gieten, had zij dat ding al gesloopt. ‘Oeps’, zei ze.
Ik werd daar niet blij van. Maar oké, we hadden er twee. No problem.
En dus installeerde ik haar aan de eettafel, schort aan en verven maar. Ik zat naast haar op mijn laptop te tikken. Drie minuten lang was het even heel gemoedelijk. In opperste concentratie verfde mijn dochter het eerste ei.
Ik maakte er nog een foto van.
Maar daarna was ik zo dom om op te merken dat ze ook wel een gezichtje kon maken op een ei. Gewoon, als idee. ‘Hoe dan?’vroeg ze nog. Ik deed het voor en mijn peuter deed het daarna.
Althans, ze deed een poging tot. Het gezichtje voldeed in ieder geval niet aan haar verwachtingen. Ze werd woedend. ‘HET LUKT NIET! IK KAN HET NIET!’en ze barstte in huilen uit.
En hoe ik haar ook hielp ( ‘dan probeer je het nog een keer’) en zei dat het allemaal niet erg was (‘je kunt ook wat anders maken’), want op paaseieren mag je dus alles schilderen, de woedeaanval werd alleen maar erger.
Het was verpest.
Uiteindelijk wierp ze haar schort af en liep ze woedend naar haar vader. ‘JIJ MOET DIE EIEREN SCHILDEREN!’ gilde ze naar mij. Mokkend zat ze naast haar vader naar de tv te kijken.
Oh. Zo had ik het mij niet voorgesteld. Vorig jaar was het nog zo gezellig. En nu? Nu kreeg ik een woedeaanval om de oren van een hysterische peuterpuber. Ik heb de spullen maar opgeruimd.
Voor de lunch besloot ik dan maar een paar van die eieren op te eten. Je moet er toch wat mee. Dat zorgde voor de volgende woedeaanval. ‘IK WIL DIE EIEREN OPETEN!’
Oh. Dat dan weer wel …
Het kwam er uiteindelijk op neer dat zij die eieren op brood kreeg en ik haar tosti opat. Ook geen slechte deal trouwens. Vooral omdat mijn peuter alles tot de laatste kruimel opat.
Daarna was haar humeur een stuk beter. ‘Ik wil nog wel een keer eieren beschilderen’, zei ze zachtjes. Dat mag. Tijdens Pasen gaan we in de herkansing. Hopelijk zonder woedeaanval. En aan gezichtjes tekenen doe ik dan ook niet meer. Ik kijk wel uit.
Afbeeldingen: Daniëlle Spoelstra





Geef een reactie