Gisteren was ik eventjes heel trots op mijzelf. Voor het eerst in jaren heb ik weer eens een quiche gemaakt. En hoewel ik echt geen keukenprinses ben, lijkt het erop dat ik heel langzaam wat gerechten onder de knie krijg. Met een beetje hulp van de peuter, dat dan weer wel.
Want ja, ik had al tijden zin in een quiche. Maar heel eerlijk, de quiches van de supermarkt zijn niet echt mijn smaak. Te zout, te vet of juist te smaakloos. En dus bedacht ik mij dat ik ze dan toch maar zelf moest maken. Had ik jaren terug ook ooit gedaan en toen was ‘t ook gelukt. Min of meer dan. Een culinair hoogstandje was ‘t niet.
Een probleem? Ik had geen quichevorm meer. Zelfs geen bakblik. Want wat moet je ermee als je er nooit wat mee doet. Gelukkig zijn die dingen zo besteld. Dat dan weer wel. Een dag later had ik ze al in huis.
En gisteren moest ik er toch echt aan geloven. Mijn vriend had de ingrediënten voor een zalmquiche met garnalen uit de schappen van de super gevist, de quichevorm lag klaar en mijn peuter was er klaar voor om mee te te helpen. Had ik al verteld dat ze momenteel in de ik-wil-meehelpen-fase zit?
Ideaal. Ik hoop dat ze zeker tot haar achttiende in die fase blijft. Maar dat terzijde.
Maar goed, in de keuken zijn we samen aan de slag gegaan. De peuter vette de vorm in, ik sneed de vis, samen maakten we het mengsel dat er over heen moest (al snoepte mijn peuter vooral van de crème fraîche) en daarna verkruimelden we de geitenkaas over dat alles.
Het zag er alleen niet enorm appetijtelijk uit.
En dat mengsel liep ook een beetje ui de vorm. ‘Hij zal toch niet lek zijn?’ dacht ik nog. ‘Heb ik weer.’ Want dat denk ik altijd als er weer iets op het punt staat van mislukken. Ik kreeg ‘m gelukkig wel in de oven. ‘Op hoop van zegen’, riep ik nog tegen mijn vriend. ‘Nou, we kunnen altijd straks nog naar de snackbar’, grapte hij. ‘Ik hoop ook maar dat-ie lukt’, zei mijn peuter nog.
We hadden er echt vertrouwen in met z’n allen.
Maar al snel hield het op met lekken ( blijkbaar zat er gewoon wat teveel vocht in de vorm), werd-ie mooi bruin en rook ‘t eigenlijk best lekker. En verrek, na een klein uurtje kwam er best een mooie quiche uit. De vorm liet zowaar meteen los.
Ik was stomverbaasd. De peuter was vooral blij.
Een kwartier later zaten we aan tafel. ‘Oh, dit is best lekker’, zei mijn vriend. ‘Ik vind het ook best lekker’, zei de peuter. Al was ze iets minder enthousiast over de garnalen. Maar hé, die waren er zo uit te vissen. Mijn dreumes propte intussen zoveel als ze kon in de mond. Is ook een talent.
Het ging tot de laatste kruimel op.
‘Kun je wel eens weer maken’, zei mijn vriend lachen. En dat ga ik doen. Zo’n quiche in elkaar flansen is stiekem best makkelijk. En met zo’n peuter erbij wordt het bereiden en koken ook gezellig. We komen er wel. Op quiche gebied dan.
Afbeeldingen: Daniëlle Spoelstra






Geef een reactie