Het is de running gag van iedere kerst: onze kerstboom die op één of andere manier áltijd scheef staat. Tot dit jaar. Dit jaar staat onze boom recht. Een dingetje? Het is nog steeds een discoboom.
Want ja, die kerstboom staat hier al. Sinterklaas is nog niet afgelopen of vriendlief roept al ‘dat hij een kerstboom gaat halen.’ En als mijn vriend zoiets roept, dan doet-ie het ook. En dus lag de kerstboom begin deze week op de oprit.
Maar mijn vriend had nog een doel: dit jaar zou de kerstboom recht staan. Ik hoorde ‘m verwoed zagen en hameren op de oprit. De houtsplinters vlogen in het rond. Maar eerlijk is eerlijk, toen de kerstboom naar binnen werd gesleept en op z’n plek werd gezet, kon ik maar één ding concluderen: het ding stond inderdaad recht.
Mijn vriend haalde opgelucht adem. Ik mocht nu aan het werk. Lees: ik mocht in gevecht met de lichtjes. Want hoewel ik mij ieder jaar voorneem dat ik tijdens het opruimen van de kerstboom de lichtjes netjes opberg, doe ik dat nóóit. Meestal kwak ik ze zo – met naalden en al – in de opbergdoos. Vooral uit woede omdat de kerstboom ieder jaar meer mij aftuigt dan ik de kerstboom.
En daar betaal ik iedere december weer de prijs voor.
Ik stelde ‘t daarom nog even uit. Bovendien waren mijn twee kinderen wat ziekjes, dus ik hoefde niet de mogen-we-de-kerstboom-versieren-riedel aan te horen. Wel zo handig. Het ding stond er prima in de hoek. Ook zonder lichtjes.
Maar de volgende dag begon ik mij steeds zieker te voelen. Mijn kleuter voelde zich daarentegen weer een stuk beter en begon zich al te vervelen. Zo erg dat ik maar voorstelde ‘om de kerstboom te versieren.’ Een voordeel? Haar zusje, een peuter-in-wording die nu al in bezit is van uitstekende sloopcapaciteiten, lag lekker te slapen en onze twee Bengaalse terroristen slopen ergens buiten rond.
Dit was het moment. Ook al was ik misselijk. Maar hé, ook als je misselijk bent kun je de kerstspullen van zolder halen. Maar ja: toen moest ik nog wel even met die lichtjes in de weer. Mijn kleuter keek gefascineerd toe. ‘Dit is wel een troepje hoor mama.’ Dat was het zeker.
En omdat je niet in bijzijn van je kinderen een streng lichtjes kunt vervloeken en omdat ik te misselijk was voor het drinken van wijn, zat er niets anders op dan stilletjes die strengen van lichtjes uit elkaar te halen. Het was een pleuriswerk. En ook nu nam ik mij voor om toch die strengen na het opruimen … Laat maar. Dat ging ik toch niet doen.
Na een half uur had ik ze uit elkaar. Een streng bleek niet bruikbaar omdat die lichtjes eruit zagen alsof ze meteen in de hens zouden vliegen als ik die stekker in het stopcontact zou stoppen. Die streng heb ik maar in de – zie je wel – doos gepropt. De andere streng heb ik more or less in de boom gekregen.
Gelukkig knipperden deze lichtjes niet, dat scheelde. Want onze kerstdecoraties van vorig jaar – toentertijd hoogstpersoonlijk uitgezocht door oudste dochter – leefden nog. En dus hingen mijn kleuter en ik discoballen, engeltjes, roze rendieren, roze hartjes en fel paarse dennenappels in de boom. Inclusief roze slingers. En dan te bedenken dat ik slingers haat. Helaas doet de kleuter dat niet en kon ik het concept geen-roze-slingers-in-de-boom ook dit jaar wel vergeten.
We hebben weer een heuse discoboom.
Met het zweet op mijn voorhoofd heb ik de laatste spullen opgeruimd en ben ik op de bank geploft. Kleuter kon niet genoeg krijgen van de boom. Al prevelde ze nog iets ‘dat er meer roze in moest.’ Mijn vriend vond ‘m bij thuiskomst vooral vrolijk. ‘En wat staat-ie mooi recht he?’
Ik was al lang blij dat-ie überhaupt stond. Onze rechte discoboom. Help me er alleen begin januari even aan herinneren dat ik die roze slingers in de prullenbak gooi. Tussen mij en de lichtjes komt het toch nooit meer goed.





Hahaha hilarisch verhaal! Superleuk geschreven Daniëlle x
Thanx Marijke, ieder jaar blijft die kerstboom toch weer een dingetje! 😉 X