Vanochtend zat de kleuter huilend in de auto. ‘Ik mis het huisje zóóóóó’, snikte ze. En met dat huisje bedoelde ze onze bungalow van het afgelopen weekend op het Landalpark Orveltemarke. Je kunt het al raden: de kleuter vond ‘t heerlijk daar. Wij trouwens ook.
Te druk
Al moest ik er wel even inkomen. De week ervoor was onwaarschijnlijk druk met meerdere verjaardagen, een traktatie maken (gelukkig hielp mijn moeder), een website die in een nieuw jasje werd gestoken, heel veel stukken die nog getikt moesten worden en dan ook nog eens wassen, wassen en nog eens wassen. Want ja, er moet wel schone kleding in de koffer.
Vind ik dan. Is een tic van me waar ik regelmatig om word uitgelachen.
Toen donderdagnacht en vrijdagochtend ook nog eens de peuter ziek werd en naar de huisarts moest, was het helemaal bal. Ik zag dat weekend alweer helemaal mislukken. Gelukkig werd een inhaler weer ‘ns onze redding.
Je begrijpt het zo ongeveer wel. We hadden het gewoon even te druk. En ik weet niet hoe het met jou is, maar ik kan niet zo goed van het ene op het andere moment ontspannen.
Relax!
Maar ik moest wel. Een geluk? Het Landalpark lag midden ergens in Drenthe en was gehuld in sneeuw. Dat leverde een prachtig winters plaatje op. Daar zou ieder mens instant rustiger van worden. Dat hielp.
Het huisje hielp ook. Het was ruim genoeg, het had een sauna en nog beter? Ik had wijn mee. Toen mijn vriend ook nog eens aanbood naar de snackbar te gaan, was ik helemaal gelukkig. Vooral omdat we thuis nóóit naar de snackbar gaan. Maar zet mij op vrijdagavond in een bungalow ergens en ik krijg énorm veel zin in patat. Mijn vriend had zoveel gehaald dat er een heel weeshuis van kon eten.
We waren in ieder geval na afloop wel vol.
De volgende ochtend stelde mijn vriend voor om naar het plekje Westerbork te gaan. Waarschijnlijk associëren veel mensen – ik in ieder geval wel – met het kamp uit de Tweede Wereldoorlog, maar het dorp zelf is klein, schattig en leuk. Zelfs met een viskraam en een kaaskraam op het plein.
Al was het wel een beetje gênant dat mijn dochters bijna alle kaas op het plankje probeerden op te eten. Terwijl ik ze streng probeerde aan te kijken, probeerde ik ook die handjes bij dat plankje weg te houden. Mijn peuter was er niet van onder de indruk en propte gewoon nog een stukje in haar mond. Gelukkig kon de kaasboer erom lachen. ‘Dit zijn mijn toekomstige klanten!’
Ik vrees het ook.
Sauna
Maar dat terzijde. Met tassen vol boodschappen en nieuw speelgoed (maar dat blog volgt later) keerden we terug op het park. Na een groot eetfestijn, sliep de peuter en vertrok mijn vriend met de kleuter naar het zwembad. Ik kon in de sauna zitten. Meerdere keren.
Het. Was. Fijn. Ik voelde de spanning wegstromen en bedacht me intussen dat ik dit veel te weinig doe. Ik ben – ik beken schuld – altijd bezig. De kinderen, werk, het huishouden, sociaal doen … Maar gewoon een beetje voor mij uit staren in een sauna heeft dan weer geen enkele prioriteit.
Note to self: dat moet het wel weer worden.
Net als mijn vriend heel blij werd van de gashaard die lekker fikte. En dat is best logisch, want zo’n haard maakt alles tien keer gezelliger.
Hallo ballenbak!
De volgende dag werd ik in ieder geval wel blij wakker. De peuter was zelfs al fit genoeg om ‘s ochtends naar de indoor speelplaats te gaan terwijl mijn kleuter weer ‘ns ging zwemmen. Maar die speelzolder bleek een groot succes. Ik denk dat mijn peuter zeker twintig keer van de glijbaan in de ballenbak is gegleden. Al was ze voor sommige onderdelen net wat te klein. Er zat maar één ding op: zelf ook die schoenen uitdoen en dat speelding in.
Ik kan je vertellen: het is lang geleden dat ik daar ben ingeklommen en in een ballenbak zat. Maar ik heb het gedaan. Twee keer. Want die middag wilde de kleuter natuurlijk ook nog daarnaar toe. En dus bevond ik me weer in een ballenbak. Maar een lol dat we hadden. Echt, je humeur knapt er zo van op. Je begrijpt toch stiekem niet waarom er nog geen ballenbakken voor volwassenen zijn.
Daarna puften we uit in het bijbehorende restaurant. ‘Ik vind het leuk hier mama’ zei mijn kleuter nog die het helemaal niet zag zitten om naar huis te gaan. Waarschijnlijk ook de reden dat ze in de speeltuin buiten – het zonnetje scheen en het dooide – nog even zich uitleefde. En toen hadden we de recreatievijver en de andere speeltuin nog niet eens gehad.
Echt, het is onmogelijk om daar een bewegingsachterstand op te lopen.
De kleuter wilde dan ook nog echt niet weg. Dat moesten we wel. Na een ochtendje opruimen, wat schoonmaken, tassen inpakken en de auto inladen (dat is het enige nadeel van een huisje) gingen we weer. Huilend zat mijn kleuter in de auto. ‘ik mis het huisje zo!’ Ze hield alleen maar op toen ik beloofde dat we nog eens weer zouden gaan.
En dat gaan we doen. Al was het alleen maar vanwege die ballenbak.




Geef een reactie