Afgelopen week schreef ik nog over mijn zieke peuter die weer een beetje opkrabbelde. Althans, ik dacht dat ze herstelde. Want gisteren zat ik toch echt bij met haar bij de huisarts omdat ze wel héél ziek werd. Maar gelukkig schreef-ie een antibioticakuur voor.
Nu heeft mijn peuter al in haar korte leven een mooie CV bij de huisarts opgebouwd. De oorzaken? Haar oren en haar rottige longen. Die rottige longen heeft ze overigens van mij geërfd, ik beken meteen schuld.
Enfin, aan het begin van deze week hoorde ik al dat haar ademhaling moeilijker werd. Zwaarder, piepen … Alsof d’r longen helemaal vol zaten met slijm. Geen goed teken. Zeker niet toen ze op dinsdagnacht een nacht from hell had en veel – heel veel – moest spugen.
Die ochtend besloot ik dan ook een afspraak te maken bij de huisarts. Maar het spugen stopte, de koorts zakte en ze begon weer te eten en te drinken. Prachtig. Ik belde de huisarts af. ‘Maar als je het niet vertrouwt, dan kun je gewoon weer even bellen’, zei de assistente nog.
Maar dat leek niet nodig. Ook de dag erop ging het best oké. Nou ja, ze voelde aan het eind van de middag wat warmer aan en de spaghetti ging er wat minder in dan normaal, maar het ging.
De volgende ochtend ging het niet meer. Het kind voelde kneiterwarm aan. De thermether bood uitkomst. Dik 39 graden. En het liep alleen maar op. Ook de pufjes van de inhaler en een paracetamol hielpen niet meer. Sterker nog, ze wilde nog amper drinken en eten.
Ik vond het best een beetje eng worden.
Gelukkig konden we ‘s middags nog bij de huisarts terecht.
In de tussentijd heeft mijn peuter – die normaal gesproken reuze ondeugend en energiek is – alleen maar in foetushouding op mijn schoot tegen mij aangelegen. Half slapend, dat ook.
Zo trof de huisarts ons ook in de wachtkamer aan. ‘Zij voelt zich niet goed’, was meteen zijn conclusie. Nou, dat klopte. Er was geen thermometer voor nodig om te zien dat het kind zich hondsberoerd voelde.
Na een hoop (terechte) vragen en een paar korte onderzoekjes was de huisarts helder in z’n oordeel. Waarschijnlijk waren het de longen. Heel misschien de oren. ‘Maar hé, daar zou ze dezelfde antibioticakuur voor krijgen.’ Lees: het maakte in feite geen moer uit of het de longen of de oren waren.
We gooiden het op de longen.
En ik kreeg een recept voor een antibioticakuur die ik meteen kon ophalen bij de apotheek. Thuis heb ik meteen – tot ongenoegen van de peuter, ze haat alles dat onvrijwillig in haar mond wordt gestopt – haar de eerste dosis gegeven. Daarna heeft ze twee uur geslapen.
Vannacht hebben we haar niet eens meer gehoord. Blijkbaar moest ze heel veel slaap inhalen.
Wij ook trouwens.
En vandaag? Vandaag is ze weer begonnen met eten en goed drinken. Ze is af en toe zelfs ondeugend. Mijn peuter werd zelfs weer boos op mij omdat ik weer iets verbood. Precies zoals het hoorde. En ik kan je vertellen, ik was blij dat we onze assertieve, ondeugende peuter weer terug hadden.
Met dank aan die antibioticakuur. Over antibiotica hebben sommige mensen een enorme mening, en je kunt er ook (tijdelijk) diarree en maagproblemen van krijgen, maar ik ben blij dat ze het ooit hebben uitgevonden. Mijn zieke, suffe peuter is bijna weer haar eigen ondeugende zelf.
Dank je wel antibioticakuur.
Al hoop ik dat we ‘m de komende tijd weer kunnen vermijden. Dat zou betekenen dat de longen van mijn peuter zich voorlopig koest houden. En dat zou het allerfijnst zijn.




Geef een reactie