Iedere ochtend van maandag tot vrijdag is het raak: de verkeersdrukte bij de basisschool van mijn kleuter. Op sommige ochtenden is het te doen, maar op veel ochtenden verlang ik naar een rustig plattelandsschooltje met vijftig leerlingen.
Mijn dochters gaan namelijk naar een groot gebouw dat tegenwoordig zo mooi ‘een brede school’ wordt genoemd. Niet alleen zijn daar twee basisscholen – een christelijke en een openbare – ondergebracht, maar ook vind je er een grote gymzaal en een kinderdagverblijf met een peuteropvang plus BSO.
Dat is geen brede school meer, dat is eerder een fabriek.
Begrijp me goed, het heeft ook absoluut z’n voordelen. Mijn peuter huppelt rond op het kinderdagverblijf (en straks de peuterschool) aan de ene kant van het gebouw, terwijl mijn kleuter aan de andere kant zit. Logistiek gezien héél handig.
So far so good.
Maar je voelt ‘m vast al hangen: er gaan dus iedere ochtend héél véél kinderen – vaak met hun ouders – van jong tot oud naar dat gebouw. Lopend, fietsend, op de step of bij de ouders in de auto. En dat kan voor behoorlijke verkeersopstoppingen en ongelukkige situaties zorgen.
Nu valt dat op een zonnige ochtend vaak wel mee. De meeste ouders brengen hun kinderen lopend of op de fiets. En ja, dan is het nog steeds druk, maar het is nog wel te overzien. Al is het alleen maar omdat je een beter zicht hebt.
Maar maak je borst maar nat op koude, regenachtige en donkere ochtenden. Opeens zijn er dan veel meer auto’s. Want ja, het regent. An sich ook niet zo’n probleem, maar het lijkt alsof het humeur van iedereen ook onder het nulpunt raakt. Sommige auto’s nemen voorrang waar ze geen voorrang hebben, stoppen niet of kinderen steken plotseling over.
Het is één grote heksenketel.
En het enige dat je kunt doen is rustig blijven, in- en uit blijven ademen en zorgen dat je ergens die kinderen niet kwijtraakt.
Best een uitdaging als je geen ochtendmens bent. En ik ben echt, maar dan ook echt geen, ochtendmens. Vroeger vond ik het al lastig als mensen voor half negen ‘s ochtends tegen mij spraken. Those were the days. Daar kom ik nu niet meer mee weg. Nu mag ik ook iedere ochtend de heksenketel in. En iedere ochtend ben ik weer blij dat de kinderen zijn afgeleverd en ik mijn mond weer dicht kan houden.
Dat zijn de momenten dat ik verlang naar een rustig plattelandsschooltje met maximaal vijftig kinderen.
Maar hé, het kan altijd erger. Zo vertelde een vriendin – die in Amsterdam vlak bij de Britse school woont- dat bijna alle ouders daar hun kinderen in grote, ronkende SUV’s naar school brengen. In 020. In al die kleine straatjes met heel veel verkeer. Da’s pas chaos. Dan is dit nog best te doen.
Dat moet ik mijzelf maar voorhouden wanneer ik de komende jaren de kinderen naar de schoolfabriek breng. Blijven in- en uitademen, het kan erger. Dat plattelandsschooltje is per slot van rekening ook wel heel ver weg. Nu nog zorgen dat ik een ochtendmens word.
Afbeelding: © Ishook | Dreamstime Stock Photos




Geef een reactie