Dat een autorit naar Normandië met een kleuter en een peuter een uitdaging zou worden, had ik al verwacht. En ja, dat werd het ook. Het goede nieuws? We hebben de bestemming bereikt. Het slechte nieuws? De reis verliep ongeveer zo:
Sneek. Rond 04.40 in de auto. Mijn peuter tien minuten later:
‘Zijn we er al?’
Mijn peuter was intussen fanatiek aan het hoesten. Mijn kleuter ook. Nee he? Hadden ze nog even vlak voor de vakantie een leuk griepvirus opgelopen?
Ja dus, want voor de Nederlandse grens gebeurde dit:
‘Mama, Nikki moet kotsen!’
Driewerf hoera voor emmertjes, keukenpapier en billendoekjes.
Want in België gilde de kleuter:
‘Ik moet kotsen!’
Drie maal raden wat we even kwijt waren?
‘Waar is het emmertje?’
We vonden ‘m. Te laat.
Op een regenachtige parkeerplek probeerden we de achterbank schoon te maken. Gevolg? Mijn vriend stapte met een doorweekt overhemd de auto in.
Gezellig.
In Frankrijk werd het er niet veel makkelijker op. Want ziek of niet, de meisjes vlogen elkaar in de haren. En dan krijg je ongeveer dit.
‘MAMA, NIKKI SLAAT MIJ!’
‘Niet elkaar slaan!’
‘MAMAAAAAAAAA, TATA SLAAT!’
‘En nu normaal doen!’
‘MAMAAAAAAAAA, NIKKI HEEFT MIJN KNUFFEL AFGEPAKT!’
‘EN NU KOP HOUDEN!’
Vijf minuten later. De kleuter was blijkbaar aan ‘t opknappen.
‘MAG IK EEN SNOEPJE?’
‘MAG IK WAT DRINKEN?’
‘Oeps, geknoeid!’
‘MAG IK CHIPS?’
‘Oeps, geknoeid!’
Van ellende besloten we de DVD-spelers maar aan te zetten. Dat was ook een gedoe.
‘Waar zijn die DVD’s?’
‘IK WIL GEEN PEPPA PIG KIJKEN!’
‘WAAROM MAG NIKKI WEL NAAR FROZEN KIJKEN EN IK NIET?’
Nadat de kleuter ook blij was met Alvin & the Chipmunks, gebeurde dit natuurlijk:
‘Mijn DVD speler doet het niet!’
‘Papa helpen!’
‘Papa kan niet helpen, papa moet rijden.’
‘Papa helpen!’
‘Papa kan niet … Klotige Fransoos, kijk uit!’
‘OHHHHHHH, jij mag geen KLOTIGE zeggen.’
‘Mag ik nu ook klotige zeggen?’
NEE! EN NU STIL!’
Dat waren ze vijf minuten lang. Daarna gebeurde dit weer.
‘Mama, ik moet naar de wc!’
En natuurlijk was de wc weer zo’n vieze Franse sta-toilet in een nog veel viezer gebouw.
Na zeven uur in de auto, hadden de meiden er genoeg van.
‘HOE LANG MOETEN WE NOG?’
‘Nog tien zwemlessen Liv, dan zijn we er.’
Drie minuten later.
‘Zijn we er al?’
‘NEE!’
Na vijf kotsbeurten, drie geknoeide pakjes, twee DVD-spelers die het niet meer deden en een emmertje dat niet meer zo schoon rook, waren we in Normandië.
De volgende keer gaan we naar Appelscha.




Geef een reactie