Vorige maand kocht ik een nieuw schattige winterjas voor de peuter? Maar aandoen? Ho maar. ‘Nee, niet die jas!’ En haar nieuwe winterschoenen? Wilde ze ook niet aan. Lees: ze moest er een beetje aan wennen. Nou ja, een beetje heel veel.
Maar goed, het was dus echt een leuke winterjas. Roze, tijgerprintje aan de binnenkant en een lekker warme kraag met een nepbont kraag. Het was een jas om lekker warm van te worden. Maar mijn peuter moest er niets van hebben. Zij wilde dat stoere, donkerblauwe jasje aan dat ze al vanaf het voorjaar aan had.
Snap ik, het was dan ook een fijn jasje. Maar dan in het voorjaar. Niet voor koude dagen in november.
Zo dacht mijn peuter er niet over. Ze kreeg spontaan een driftbui toen ze de jas op een ochtend – voor de peuterschool – aanmoest. Het is dat mijn vriend haar in de jas kreeg en haar huilend achterop de fiets zette, anders hadden we die peuterschool wel kunnen vergeten.
Ze heeft dan ook de hele fietsrit gehuild. Mensen die ik tegenkwam moeten op z’n minst gedacht hebben dat ik haar zwaar mishandeld had. Gelukkig stopte het zodra ze de peuterschool zag. ‘Oh, leuk’, zei ze. Eenmaal binnen deed ik haar jas uit, hing ‘m aan de kapstok en hoopte er maar het beste van.
Maar wat denk je? Toen ik d’r ophaalde was ze apetrots op die jas. Vooral omdat een van haar juffen had gezegd dat ze de jas zo leuk vond. Blijkbaar sloeg dat aan bij mijn kleuter. Opeens was die jas niet zo gek.
Probleem opgelost.
Maar ja, toen hadden we nog geen nieuwe winterschoenen gekocht. De hele zomer liep ze het liefst op haar Adidas gympen. Hartstikke leuk, maar ook hier: als ‘t ‘s ochtends vriest, kun je beter maar wat warmere schoenen aan hebben.
Ik besloot haar mee te nemen naar de schoenenwinkel. Dan kon ze zelf haar schoenen uitkiezen. Leek mij wel zo makkelijk. We vonden een paar kekke, roze laarzen. Ze gingen makkelijk aan, stonden haar enig en waren ook nog afgeprijsd. De peuter stampte er vrolijk op los.
Totdat we thuis waren en ze eiste dat de gympen weer aan moesten.
De volgende ochtend wilde ze de gympen ook weer aan. Een driftbui dreigde toen ze de roze laarzen zag. Een geluk? Mijn moeder paste die dag op de peuter en dus gingen de gympen aan en de laarzen in de tas. Misschien dat als mijn moeder een opmerking zou maken over de mooie laarzen, ze weer van mening zou veranderen.
Niet dus. Het hielp niet.
Tot de volgende ochtend. De roze laarsjes stonden al op de peuter te wachten. De peuter probeerde ze te negeren en zeurde om de gympen. Tot mijn kleuter de magische woorden ‘WOW, DIE LAARZEN VIND IK MOOI’, riep. ‘EN WAT ZIJN ZE LEKKER ZACHT.’
Toen opeens vond de peuter haar laarzen ook heel mooi. Ze wilde ze aan. En wel nu. Sindsdien is het geen probleem meer. Met dank aan de kleuter. Mag ze de volgende keer weer doen. Zal je zien dat de peuter haar nieuwe schoenen en jas meteen aan wil.
Maar misschien ook niet.
Afbeelding: H&M




Geef een reactie