‘Misschien wordt je tweede kind wel heel rustig’, zeiden een aantal mensen tegen mij deze zomer. Mijn dochter heeft namelijk behoorlijk veel energie. Is niet raar, dat heeft haar vader ook. Maar die energie heb ik niet. En dus hoopte ik ook dat mijn tweede lekker rustig zou worden. Maar sinds de laatste echo’s en controles denk ik niet dat dát erin zit.
Tijdens de echo’s was de baby al – hoe zal ik het zeggen – behoorlijk actief. Armpjes werden gestrekt, beentjes werden uitgerekt … Het was alsof de foetus alvast even een paar leuke gym-oefeningen deed in mijn buik. Hartstikke leuk, goed teken, doen veel meer baby’s in de buik, bedacht ik mij nog.
Veertien weken al enige beweging
Maar er begon mij iets te dagen toen ik ook deze baby al voelde met een kleine vijftien weken. For the record, dat had ik ook met mijn dochter. Eerst waren het nog kleine plopjes in de buik en nu zijn het vooral bewegingen die ik al overdag voel. Dat komt verrekt overeen met de zwangerschap van mijn eerste.
Controle bij de verloskundige
Vorige week moest ik weer naar mijn verloskundige. Mijn vriend had een andere afspraak, maar gelukkig vond mijn moeder ‘t leuk om mee te gaan. Want oma’s mogen tegenwoordig ook mee met de controle. Jaja, het gaat d’r allemaal hartstikke sociaal aan toe daar bij die verloskundigen.
Gelukkig kon mijn moeder dan tegelijkertijd mijn actieve dochter in de gaten houden. Die liep natuurlijk van hot naar her, vond alle medische instrumenten nog ‘t leukst en werd gefrustreerd omdat ze juist daar niet aan mocht zitten. Vervolgens zette ze het op een brullen toen ik op de behandeltafel lag en de verloskundige een doppler over mijn buik bewoog.
‘MAMAAAAAAAAA!’ riep mijn dochter. Gelukkig zat ze veilig bij mijn moeder op de arm. Maar goed, je begrijpt dat het een licht chaotische toestand was daar in die kamer.
‘BLIEP!’
Gelukkig ging de verloskundige onverstoorbaar verder. En ja hoor, daar hoorden we meteen de hartslag. En vervolgens enorm veel bliepjes. ‘BLIEP, BLIEP, BLIEP, BLIEP!’ ging het de hele tijd door. ‘Dat betekent dat de baby veel bewegingen maakt’, zei de verloskundige glimlachend. Mijn moeder lachte ook.
We wisten beide genoeg. Dit wordt ook een actief kind. ‘Hun vader heeft ook zoveel energie’, zei ik nog tegen de verloskundige. Daar ging ze niet tegenin. Ze hoefde maar één blik te werpen op mijn dochter om te weten hoe dat vererft was.
Maar wie weet …
Maar je hoort mij niet klagen. En wie weet wordt het alsnog een kind dat – net als ondergetekende – langer dan tien seconden op een stoel kan zitten, niet alle meubels als ideale kliminstrumenten ziet en bij voorkeur geen dingen sloopt om te kijken hoe ze er – gesloopt en wel – uitzien.
En anders dan heb ik een huis vol druktemakers. Ook leuk. Maar als je op bezoek komt en je kunt mij niet vinden? Dan heb ik mij opgesloten in ‘t toilet. Even de rust opzoeken.
Afbeelding: Daniëlle Spoelstra




Geef een reactie