‘Geen kind is hetzelfde’, zei mijn oma ooit. En daar had ze helemaal gelijk in, want als ik kijk naar mijn vier weken oude dochter, kan ik alleen maar constateren dat het een ander kind is dan mijn oudste. ‘Ja, duh!’ zal je misschien denken, maar ik kan nu al een paar verschillen aanwijzen. Al hebben die verschillen soms meer met mij te maken dan met mijn twee dochters.
1. Ik ben relaxter
Na de geboorte van mijn oudste dochter was ik een wandelende babypedia. Alles wat ik niet wist – en dat was nogal wat – zocht ik op. Bij voorkeur midden in de nacht op internet of anders in het ‘Oei, ik groei’-boek. Even ter verduidelijking: dat ‘Oei, ik groei’- broek heb ik nu nog niet een keer open geslagen en ik heb nog niet één keer midden in de nacht als een idioot dingen opgezocht.
Betekent overigens niet dat ik mijzelf nu een alwetende moeder vind. Gelukkig niet zeg. Ik ben alleen iets relaxter. Huilt mijn baby? Dikke kans dat ze last heeft van honger heeft, krampjes of een boer die eruit niet wil. Vaak is dat de oplossing. En als ze even huilt? Nou, dan huilt ze maar even. Raak ik ook niet meer overstuur van.
2. Ik trek me wat minder aan van al die adviezen
Bij mijn oudste dochter moest alles precies ‘zoals het hoorde.’ En dus luisterde ik naar al die tips en adviezen die ik vond op internet of – om maar wat te noemen – het Consultatiebureau. Ik heb zelfs nog wel eens het Consultatiebureau gebeld omdat mijn oudste maar bleef huilen. Ik kreeg natuurlijk advies waar ik geen moer aan had, want – zo kwam ik achter- jij bent degene die je kind constant ziet. Op een gegeven moment weet jij echt zelf beter wat werkt en wat niet.
Zo mag je een kind tegenwoordig echt niet op de buik of op de zijkant leggen. In verband met een hogere kans op wiegendood. Logisch. Maar ik leg mijn kind dus echt wel eens op de zijkant. Mits ik er zelf bij ben, dat spreekt voor zich. Simpelweg omdat ze dan minder last heeft van krampjes en snel in slaap valt. Maar toch, dat had ik tijdens de kraamtijd van mijn eerste echt niet gedurfd.
Datzelfde geldt voor de voeding. Ben ik ook een stuk relaxter mee geworden. Toen de borstvoeding niet lukte, bleef ik niet weken aanklooien, maar besloten we al na vijf dagen ermee te stoppen. En nee, ik had totaal geen last van schuldgevoel. Ik was vooral opgelucht en bovendien werd opeens mijn leven net even wat relaxter.
Maar kreeg mijn oudste vroeger niet de fles voordat die drie uur – volgens de richtlijn moet dat er tussen zitten – om was, mijn tweede krijgt wel een fles voor die tijd. En wat blijkt? De volgende keer zit er juist weer keurig vier tot vijf uur tussen. Alsof die kinderen ‘t zelf – geheel natuurlijk – uitvogelen. Had ik dat maar eerder geweten.
Neemt trouwens niet weg dat als er écht iets aan de hand is, ik als eerste bij de arts zit. Zo eigenwijs ben ik nou ook alweer niet.
3. Minder eten
Maar soms ben ik niet altijd even relaxt. Zo maakte ik mij een week of wat geleden een heel klein beetje zorgen over mijn tweede dochter. Ze dronk namelijk niet al haar flesjes leeg. Zou ze wel goed genoeg groeien? Ja dus. Ze groeit zelfs hartstikke goed.
Maar omdat mijn oudste dochter – net als mijn vriend – altijd de eetlust heeft gehad van een Holle Bolle Gijs, dacht ik dat dát normaal was. Maar dat hoeft helemaal niet. Ik eet ook véél minder dan mijn vriend. En waarschijnlijk eet mijn tweede dochter ook gewoon wat minder. Maar wel meer dan genoeg. Dat weet ik nu. Niet ieder kind is blijkbaar een Holle Bolle Gijs.
4. Wel in de kinderwagen
Maar niet alleen ik sta er nu anders in, mijn tweede kind is ook een ander kind dan mijn oudste. Is de oudste blond, groot en Hollands welvaren, de tweede is kleiner, fijner en heeft een kop vol donkerbruin haar. En waar mijn oudste kind als baby écht de kinderwagenbak haatte, vindt de tweede de kinderwagen heerlijk. Ze dommelt lekker in slaap als we buiten wandelen, maar slaapt overdag ook uren in dat ding. Het is nogal een verschil.
En naarmate de meisjes ouder worden zullen er nog veel meer verschillen zijn. Al zal ik vast ook een hoop overeenkomsten op kunnen noemen. En anders maar niet, want mijn oma had helemaal gelijk: ieder kind is anders. Net als je zelf tijdens iedere zwangerschap of na de bevalling er ook anders instaat. Dat heb ik zelfs door.




Geef een reactie