Vanochtend ving ik een glimp van mezelf op in de spiegel. Het zag er niet fraai uit. Kringen onder mijn ogen, een bleke huid waar een lid van The Adams Family jaloers op zou zijn en een niet bepaald charmant rode neus. Het was een geluk bij een ongeluk dat mijn baby daarna alles bij elkaar gilde. Conclusie? We voelden ons beide niet heel erg oké.
Nou ja, maak daar maar alle vier van. Mijn vriend, mijn peuter, ondergetekende en de baby hebben allemaal last van een forse verkoudheid. Denk aan sniffen, snotteren, hoesten, niezen en – altijd charmant – een loopneus. En het irritantste? Het virus – of wat het ook maar is – houdt al dagen lang aan.
Overigens blijft mijn peuter er nog bewonderenswaardig kalm onder. Sinds ze de waterpokken heeft gehad, vindt ze een verkoudheid overduidelijk peanuts. Wat zeg ik, ze probeert er zelfs een slaatje uit te slaan door zeker één keer per uur te roepen ‘dat honing voor haar keel echt nodig is.’
Geef d’r eens ongelijk. Al is ze ook blij met hoestdrank. Want ook dat is interessant als je dik twee jaar bent.
Mijn vriend heeft het al iets zwaarder. Sniffend en snotterend de nacht door en vervolgens ook nog de volgende dag een wekker die om kwart over zes staat te loeien. Er zijn dingen waar een mens vrolijker van wordt.
Al heeft de baby het beslist het allerzwaarst. Het kind is niet alleen snipverkouden, ook heeft ze nu last van – een weliswaar milde vorm van – waterpokken. Gelukkig niet erg, maar bepaald niet handig. En om het nog net wat leuker voor dat kind te maken heeft ze ook nog last van het eerste tandje dat eraan zit te komen.
Afgelopen nachten – en zeker vannacht – werd ze dan ook een aantal keer krijsend van de pijn wakker. Niet alleen omdat ze honger had, maar omdat het tandvlees zo’n pijn deed. Goddank was mijn vriend zo verstandig geweest om Dentinox voor dit soort dingen te kopen. En dus druppelde ik een beetje Dentinox op mijn vinger en masseerde dat op haar tandvlees.
Daarna sliep ze. Ik kon de uitvinder van Dentinox wel zoenen.
Maar ik sliep niet. Ik was klaarwakker. Met dank aan mijn verkoudheid die weer eens op mijn longen sloeg. Gelukkig was dat wel een mooi moment om mijn hoestende peuter van hoestdrank te voorzien. Ieder nadeel hep z’n voordeel, zou iemand uit Barcelona zeggen.
Uiteindelijk heb ik toch nog een paar uur geslapen. Maar dat mijn lijf ‘t niet eens is met mijn gebrek aan slaap, begint nu te tonen. Ik zie eruit als een spook. Een spook dat trouwens alles op de automatische piloot doet. Al kon ik wel verplicht op de bank zitten omdat de baby in paniek raakte als ze mij uit het oog raakte.
Gelukkig sliep ze wel na een wandelingetje in de kinderwagen. Echt, driewerf hoera voor de uitvinding van dat ding. Maar dat terzijde.
Maar ik weet ook dat dit soort periodes wel weer voorbij gaan. Virussen vertrekken, waterpokken verdwijnen en uiteindelijk zal heus wel dat tandje doorbreken. Maar man, wat duren soms die periodes lang als je er middenin zit. Ik denk dat ik voorlopig spiegels maar even vermijd.




Geef een reactie