Voor de mensen die een hekel hebben aan een blog over uitwerpselen en kots? Ik zou vooral dit blog even overslaan. Want vanaf nu ga ik schrijven over kattenkots en kattenpis. En dat dit niet handig is in combinatie met kleine kinderen. Helemaal niet handig zelfs.
Goed, ben je d’r klaar voor?
Even ter verduidelijking: ik heb naast een baby en een peuter hier ook nog twee Bengaalse katten rondlopen. Broer en zus, maar als je ze ziet hadden ze niet meer van elkaar kunnen verschillen. De poes is wit en slank, de kater is donker en ronduit dik. Al zijn er ook overeenkomsten. Ze zijn lief, maar ook gestoord. Ze sporen niet. Voor katten dan.
Vooral de kater gedraagt zich als een soort-van-hond. Hij wil constant aandacht, kijkt neer op kleine honden ( oké, dat is dan wel catlike) en schrokt vooral zijn eten op. Het lijkt wel alsof-ie als de dood is dat binnenkort de Derde Wereldoorlog uitbreekt en hij de rest van zijn leven niet meer kattenbrokken kan eten. Nu is dat nog niet eens zo erg.
Wat wel erg is? Hij kotst het graag ook weer uit. Heeft-ie gewoon teveel gegeten. Dus dan kotst hij op het kleed, onder de tafel of het speelgoed van de meiden. Om maar wat te noemen.
Maar daar kom ik zo op terug.
De poes houdt haar eten dan wel weer binnen. Zij eet in kleine beetjes. Zoals katten horen te doen. Wat ze dan weer niet doet? Keurig pissen in de kattenbak. Nou ja, dat doet ze wel. Behalve als ze chagrijnig is. En dat is ze nogal snel. Zoals – niet lachen – een kattengedragstherapeut ( ze bestaan) al over haar zei: ‘de wind hoeft maar verkeerd te waaien of ze pist alles eronder.’
Erg onhandig.
Vooral omdat ze dan plast op de bank ( tegenwoordig heb ik daar aluminiumfolie en een goedkoop kleedje van de WIBRA over), onder de tafel of mijn part op de was of in de gootsteen. Heeft ze allemaal al een keer gedaan.
Je begrijpt nu vast dat Dettol al jaren mijn beste vriend is.
In het opruimen en schoonmaken van al die kots en urine ben ik dan nu ook een expert geworden. Het enige nadeel? Zelfs een ervaringsdeskundige als ondergetekende mist wel eens wat. En daar word je met kleine kinderen meteen voor gestraft.
Mijn oudste dochter was zeven maanden toen ze voor het eerst in een vers plasje urine lag van de poes. Gelukkig vond ze het zelf enig. Ik hoorde d’r lachen onder de tafel. Daar kon ik zelf helemaal niet om lachen. Dat plasje had ik namelijk totaal gemist. Ik kon die kat dan ook wel wat doen. Heb ik niet gedaan trouwens. Dan wordt ze nog meer sjaggo en dan … Nou ja, je snapt ‘t. Wel heb ik mijn oudste toen vliegensvlug in bad gedaan en schone kleding aangetrokken. Ze hield er overigens niets aan over.
Toch nam ik mij heilig voor dat dit bij de tweede niet zou gebeuren. Maar een paar weken geleden gebeurde dat wel. Toen had de kat geplast bij de ‘t hobbelpaard. Zonder dat mijn vriend, ik of mijn oudste dochter daar iets van hadden gemerkt. Resultaat? Ook mijn jongste lag in die plas.
Ik ben meteen met d’r onder de douche gegaan.
Sindsdien let ik dubbel, misschien wel driedubbel, op. Dacht ik. Want vanochtend was ik druk bezig in de keuken om een fles te maken voor mijn baby die ik even op het kleed had gelegd. Een nadeel? Ik had niet gezien – het was dan ook goed verstopt – dat mijn kater had gekotst over een tafeltje met speelgoed van mijn oudste dochter. Een klein beetje was klaarblijkelijk naar beneden gevallen.
Ik had dat nog niet opgemerkt.
Mijn baby wel. En mijn baby kan al heel snel tijgeren. Het kind beweegt zich vliegensvlug naar allerlei dingen waar ze niet aan mag komen. Het is alsof ze daar een zesde zintuig voor heeft, ik zweer het je. Dus toen ik opeens niets meer hoorde uit de kamer, keek ik meteen naar wat ze uitspookte. Dat flesje kon even wachten. Je weet namelijk dat het echt misgaat met kinderen als je niets meer hoort.
Tot mijn grote schrik zag ik haar onder dat tafeltje liggen. Tussen de kots. En ze greep net met haar handje erin en deed wat brokjes in haar mond. Ik kan me voorstellen dat je nu misselijk wordt. Dat werd ik ook. Ik ben op d’r afgerend, haar scheef gehouden en alles uit haar mond gevist. Net voordat ze zo’n verrekt klote brokje kon doorslikken.
Het. Was. Goor. Ik kon wel janken. Mijn baby niet. Zij had de hik. Van het lachen welteverstaan.
Ik heb meteen mijn baby schoon gemaakt, de troep opgeruimd en heel dreigend naar de kater gekeken. Niet dat wat hielp. Hij lag uitermate ontspannen op het goedkope WIBRA kleedje op de bank. Hij wel. Zijn zus keek mij licht triomfantelijk aan vanaf de kast. ‘Dit keer was het niet mijn schuld’, zag je het kreng denken. Mijn baby had nergens last van trouwens. Die werkte daarna met gemak een potje fruit naar binnen. ‘Nou, dan is ze ook niet misselijk’, zei mijn vriend nuchter.
Want ja, je moet iemand bellen als je kind kattenkots dreigde op te eten.
Sindsdien staat de Dettol hier op tafel. Ieder half uur doe ik hier nu een ronde. En als ik even een plek niet vertrouw, spuit ik met de Dettol. Mijn peuter vindt het gelukkig wel vermakelijk. Zij heeft beloofd te gillen als ze nog ergens kots ontdekt. Hebben we er toch weer een leuk spelletje voor kleine kinderen van gemaakt.
Nu er nog voor zorgen dat de katten hun lichaamssappen deponeren op de plekken waar ze het moeten doen. Maar ik denk dat dit pas in een volgend leven gebeurt.
Afbeelding: Keepcalm




Geef een reactie