In mijn boekenkast staan een aantal boeken over de fases die jonge kinderen doormaken. Ik sla ze niet meer open, want op één of andere manier klopt ‘t bij mijn kinderen nooit. Zo heeft mijn dreumes van negentien maanden nu last van verlatingsangst. En da’s best apart.
De lieverd vindt het tegenwoordig vreselijk als ik of mijn vriend weggaan. Met grote huil- en driftbuien tot gevolg. Ze wil mee. Of laat ik het zo zeggen: ze wil niet dat wij weggaan. Een voordeel? Na twee tot vijf minuten kalmeert ze redelijk.
Het zal je dan ook niet verbazen dat ze het geen leuk idee vindt dat ik uit d’r zicht ben. Zelfs als ik naar de wc ga, kan dit ontaarden in een groot drama. Maar gelukkig kan ik dat tegenwoordig een beetje voorkomen met een ‘mama gaat naar … mama komt zo terug.’ En dan ben ik ook héél snel terug.
Ook te overzien.
Maar wat lastiger is dat ze’s nachts niet meer in haar eigen bed wil slapen. Inslapen is het probleem niet. Even twee minuten huilen en dan is het snurken geblazen. Tot zeker pak ‘m beet een uur of één gaat het goed.
Maar dan … huilen. En dan bedoel ik ook echt hartverscheurend huilen met intussen heel zielig ‘mama’ of ‘papa’ erdoor. De laatste nachten loopt het zo de spuigaten uit – en er is ook nog een kleuter die graag wil slapen – dat ze maar bij ons in bed slaapt.
En dan lijkt het wel alsof ze het liefst in één van ons zou willen kruipen. De lieverd ligt of helemaal tegen mij aan of tegen mijn vriend. Ze pakt onze handen beet en voelt gemiddeld één keer in het half uur met haar hand of wij er nog wel zijn.
In de moeilijkste nachten wordt ze trouwens om het half uur wakker met een ‘papa, waar is mama’ of vice versa. Mocht één van ons naar de wc moeten, de verkouden kleuter een aspirientje geven of iets anders moeten doen om drie uur ‘s nachts, dan raakt ze in paniek dat één van ons weggaat.
Het klinkt en voelt als verlatingsangst. Maar we hebben geen idee waarom.
Volgens ‘de boekjes’ had ze tussen de acht en achttien maanden last moeten krijgen van verlatingsangst. Dan beseffen de kinderen steeds meer dat de wereld groter is dan ze dachten en willen ze geruststelling. Dat kan. Kan rustig zijn dat mijn drukke dreumes er vrolijk achteraan hobbelt op dit terrein.
Want het vreemde is dat ze er geen last van heeft op het kinderdagverblijf. Ze huilt niet bij het afscheid, speelt als een malle en is niet excessief blij mij te zien als ik haar kom ophalen. Ook logeerpartijen zijn geen probleem. En ze is overdag verre van verlegen. Zelfs bij mensen die ze niet kent. Nou ja, zolang wij maar in de buurt zijn dan.
En dus kan ik mijn vinger er niet op leggen. Ik weet gewoon niet precies wat die verlatingsangst veroorzaakt. Het enige dat ik probeer is om haar zo veilig mogelijk te laten voelen. De ik-ga-echt-niet-tien-weken-naar-Afrika-gedachte. Maar ja, zie dat maar eens aan een dreumes van negentien maanden over te brengen.
‘Ach joh, alles is een fase’, grapte laatst een vriendin. Daar heeft ze helemaal gelijk in. Ooit gaat dit weer over. Ik zie wel. Die boeken gaan mij toch niet verder helpen.
Afbeelding: Keepcalm




Heel goed dat je probeert haar een veilig gevoel te geven. Mocht de verlatingsangst “te lang” gaan duren en ten kosten gaan van jullie slaap denk dan ook eens aan homeopathie. In mijn praktijk heb ik al diverse kinderen met verlatingsangst (van diverse leeftijden, want ook kleuters kunnen er last van krijgen) kunnen helpen.
Hartelijke groet,
Nicole Kramer
Hi Nicole,
dank voor je reactie. Ik hou ‘t even in mijn achterhoofd.
Groet,
Daniëlle