Dik twee jaar geleden schreef ik dit blog over mijn peuter die heel goed in ‘nee’ zeggen was. Inmiddels is die peuter een bijdehante kleuter, maar dat betekent niet dat ik van die ‘NEEEEE’ af ben. Integendeel, mijn dreumes heeft ‘m net ontdekt.
Dat zat er natuurlijk ook dik in aangezien ze begin december 22 maanden wordt. En dan beginnen die terrible two’s te komen. Mijn oudste dochter was daar trouwens een uitstekend voorbeeld van. Op alles werd ‘nee’ geantwoord, het liefst vergezeld van een lekker stevige driftbui.
Niet dat ik mij daar iets van aantrok. Ik paste wel op. Maar eerlijk is eerlijk, het was wel rustiger toen die fase weer voorbij was. Er viel zowaar weer ‘ns met haar te praten.
Maar ik was even vergeten dat haar zusje er ook nog doorheen moest. Ik maakte er niet al teveel zorgen over. Vooruit, ze was nogal beweeglijk en ach – ze kon mij het zweet op het voorhoofd bezorgen, maar lief was ze wel.
De afgelopen weken verdwijnt dat lieve meisje wel eens. ‘NEEEEEEEE’ schalt nu regelmatig door het huis. ‘Wil je wat drinken?’NEE!’ ‘Wil je een banaan?’ ‘NEE!’ Overigens zet ik dat dan gewoon op de tafel neer. De lieverd lijkt op d’r vader en zal – hoe chagrijnig ze ook is – de kans niet laten schieten om iets te eten.
Dat scheelt dan wel weer.
Al kan er tegenwoordig ook wel eens een driftbuitje aan vooraf gaan. En let wel, daar is ze al goed in. Vanaf het moment dat ze zich op de grond kon laten vallen, driftbuit mijn dreumes er lekker op los. Maar nu heeft ze het geperfectioneerd. Zo goed dat zelfs mijn kleuter laatst met opgetrokken wenkbrauwen constateerde ‘dat haar kleine zus echt wel heel boos kon doen.’ Er klonk zowaar een zweem van bewondering doorheen.
Maar goed, zoals ik al schreef in dat eerdere blog, dit gedrag schijnt een doel te hebben. In deze fase – noem het maar de peuterpuberteit – wil de peuter nu zelf het liefst bepalen wat hij of zij wil doen. Opvoedkundigen hebben daar natuurlijk prachtige omschrijvingen voor. Peuters bevinden zich nu namelijk in de de autonomiefase, het bijbehorende gevecht heet de autonomiestrijd.
Niets meer aan doen.
En door die fase moet je als ouder even heen. Nou ja, ‘even?’ Ik ken mensen die voor mijn gevoel nooit uit die fase zijn gekomen, maar dat is weer een ander verhaal. Opbeurend is wel dat mijn kleuter er ook heelhuids is uitgekomen. Tegenwoordig is die al lekker aan het beargumenteren en onderhandelen. Op dusdanige wijze dat ik op sporadische momenten nog wel eens terug verlang naar dat eenvoudige ‘NEE!’
Dat mag ik straks nog duizend-en-een-keer horen van mijn dreumes die op het punt staat een peuter te worden. Dat wordt nog hartstikke gezellig. Maar goed, de kleuter heeft het ook overleefd. Nu die jongste nog.




Geef een reactie