Misschien komt het omdat ik ben opgegroeid met honden, wellicht komt het door de leenhond die hier wel eens logeert of is het toch de verdwijning van mijn ene kat een paar maanden terug, maar ik wil weer dolgraag een hond. Een Ierse terriër om precies te zijn.
Opgegroeid met honden
Het zal in de eerste plaats wel komen door mijn liefde voor honden. Ooit begonnen mijn ouders met twee Welsh Springer Spaniëls. Honden die er door hun bruine ogen en formaat geweldig lief uitzien, maar door de Britten niet voor niets voor de jacht werden gebruikt. Voor de rest twee lieverds, je moest ze alleen niet bij vogels of kippen laten. Dat veroorzaakte een bloedbad.
Ook was ik hartstikke allergisch voor hun vacht.
Daarna kwam er een Airedale terriër. Ook al zo’n hond die er heel mooi uitziet, prima vacht ook, maar die je – waak- en verdedigingshonden die ze zijn – strak moet houden. Letterlijk. Anders neemt-ie je hele gezin over. Binnen één dag. Niet gezellig. Al was deze hond mijn grote vriend.
Daarna volgde er nog een Airedale terriër. Zat geen kwaad in, alleen had ze een beetje last van ADHD. Nou ja, haal dat beetje er maar vanaf. Een schatje was het wel. En ook nog bijna vijftien geworden.
Later kochten mijn ouders een kleinere terriër, een Border om precies te zijn. Dat vrolijke blaffertje – want dat doet-ie naar hartenlust – loopt hier nog regelmatig rond.
Eigen hond
Je begrijpt dat ik stiekem ook altijd een eigen hond wilde. Maar ja, studeren en daarna fulltime werken en wonen in Amsterdam is verre van ideaal. Vooral in een appartement.
En ook al verhuisde ik later met mijn vriend naar een huis met een tuin in Friesland en werkte ik thuis, de situatie was nog steeds niet ideaal. Vooral niet met twee jonge kinderen en twee terroristen van katten.
Een kat verdwenen
Maar nu zijn de kinderen groter aan het worden en is – tot mijn grote verdriet – één van de katten een paar maanden terug spoorloos verdwenen. Geen idee waar de kater is. Is-ie dood, is-ie meegenomen of is er iets anders gebeurd? We zullen het wel nooit wel weten. Zeker gezien ‘t feit dat de kater zich op z’n minst drie keer per week ergens in de buurt in de nesten werkte.
En dus is alleen de witte diva nog over. Eerlijkheidshalve moet ik er wel even bij vermelden dat zij haar broer niet erg lijkt te missen. Er wordt bijna – behalve als ze zwaar sjaggo is – niet meer geplast in het huis, ze wordt niet meer geterroriseerd door haar broer en ze mag weer paté eten (vooral omdat de veels te dikke kater dat altijd opat).
Maar dan nog, ik mis die andere kat.
>> Hier vind je trouwens zijn signalement op Amivedi (word er nog altijd een beetje triest van).
Maar het was wel een kater die het niet op honden had. Al leek het de afgelopen tijd wel beter te gaan tussen hem en de leenhond. Maar toch, dat leek mij niet heel gezellig voor een pup.
En nu is de kater weg. Gek genoeg heeft de andere kat de laatste tijd geen problemen meer met de leenhond. Ze lijkt de Border terriër in ieder geval wel prima te vinden.
Dan een terriër?
En opeens bedacht ik mij na de verdwijning dat we nu wel een hond konden kopen. De kinderen worden groter, ik werk thuis, ik heb meer tijd en daarbij: ik hou van wandelen.
Een probleem: afgezien van terriërs ben ik allergisch voor de vacht van veel honden. Het moest dus wel een terriër worden.
Maar wat voor terriër dan? Mijn vriend – die is opgegroeid met Dobermanns, Herdershonden en Duitse doggen – vond de meeste terriërs te klein (‘ik ga toch echt niet met zo’n keffer lopen’) en de Airedale was voor mij weer te groot. Maar ertussen in zit een Ierse terriër.
Iets kleiner dan de Airedale, slank met een mooie roodbruine vacht. Een echte familiehond, dol op kinderen, maar wel pittig en energiek. Zelfs mijn vriend leek ‘t wel wat. Ook de kinderen waren enthousiast. ‘Al wil ik ‘m eerst als pup’, riep de kleuter nog. ‘Niet meteen zo’n grote. Eerst een puppy.’
Juist.
Kopen?
Maar hoe je dat, zo’n Ierse terriër kopen? Dat bleek nog ingewikkelder dan gedacht. Het is namelijk maar een klein ras. Beschermd, niet door gefokt, maar wel weinig pups per jaar. En ook nog heel veel belangstelling vanuit landen als Zweden, Noorwegen, België en Duitsland.
Hoe kwam ik daar in godesnaam tussen?
Uiteindelijk ben ik lid geworden van die vereniging van Ierse terriërs, belde ik fokkers en hoorde ik overal dat er al lange wachtlijsten waren voor pups. Mensen reserveren klaarblijkelijk al maanden, zo niet een jaar, een pup.
En ik bleek even erg.
Gisteren werd ik gebeld door een aardige fokker die vertelde dat één van zijn teven een nest had, maar dat ik – in verband met een beperkt aantal pups en teveel reserveringen – niet in aanmerking kwam voor een pup. Nou ja, dat was niet onverwacht.
Wel onverwacht? Begin volgend jaar komt er weer een nieuw nestje. En of ik daar niet voor op de wachtlijst wilde komen? Dat wilde ik wel. Natuurlijk wilde ik dat. Sterker nog, ik sta nu helemaal bovenaan. Ik ben ertussen. Het is alleen even geduld hebben.
Maar dat heb ik wel. Ik heb al zo lang nagedacht over een hond dat dit makkelijk erbij kan. Bovendien, het is weer begin 2019 voordat je het weet.
Nog leuker? Over een paar weken mogen we bij het huidige nest met pups gaan kijken. ‘Dan weet je ook waar je op wacht’, zei de vriendelijke fokker. En dat gaan we doen.
Heb nu al zin in 2019. Krijgen we weer een nieuwe baby erbij. Al is dat nu in de vorm van een pup.
Afbeelding: © Elżbieta Dziedzic | ID 2920535 | Dreamstime Stock Photos




Geef een reactie