Vanmiddag was mijn oudste dochter aan het spelen met een vriendinnetje. Een uitgelezen mogelijkheid om thuis wat gezellige bordspelletjes te spelen met mijn jongste dochter. Helaas was dat niet bepaald een succes.
Nu moet ik er wel even bij vermelden dat mijn jongste dochter na haar eerste schooldag van de week best moe was. Logisch. Zou ik ook zijn. Maar hé, dan zouden een paar spelletjes toch hartstikke leuk zijn? Iets met afleiding enzo.
Bovendien kon ik meteen dan woorden met haar oefenen (voor de logopedie) en voorzichtig bezig gaan met nummers en tellen.
Enthousiast
In eerste instantie was mijn jongste dochter nog enthousiast. Al vond ze de eerste optie, memory voor kinderen, geen succes. ‘Dat heb ik al ge-daaaa-haan.’
Oké, dan het grote pinguïn spel. Een soort van mens-erger-je-niet, maar dan met pinguïns. Maar die kunnen door bewegende onderdelen dan wel weer in het spreekwoordelijke water vallen.
Ja, daar had mijn dochter wel zin in.
‘Stom spel!’
Het begon zo goed: ze zette enthousiast het spel in elkaar en zette alle pionnetjes in de vorm van pinguïns klaar.
Toen moesten we alleen nog even zes gooien om van start te gaan. Dat deed ik vrij snel. Tot woede van mijn dochter die dat maar niet lukte. ‘WAT EEN STOM SPEL!’ Toen ze vervolgens toch zes gooide en vervolgens later op een plek terecht kwam waardoor haar pinguïn in het spreekwoordelijke water terecht kwam, werd ze pas echt boos.
Ze pakte het spel en smeet het in de hoek. De pinguïns vlogen mij om de oren. De hond keek verbaasd, de kat zocht dekking achter de bank en mijn dochter beende weg.
Woedend keek ze naar de onschuldige pinguïns. ‘STOMME PINGWINS!’
Dan maar Ganzenbord
Nadat ik een poging had gedaan om pedagogisch verantwoord uit de hoek te komen en haar vertelde dat je dit dus niet deed bij spelletjes, vroeg ze of we dan Ganzenbord konden doen.
Oké, dat kon. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Ook dat begon goed. Ze zette het bord en de houten ganzen klaar en we konden los. Ze gooide meteen lekker hoog. Maar op die plaats – wat niet eens een gevangenis of iets dergelijks was – wilde ze niet staan.
‘DIE PLEK VIND IK STOM!’
Ze barstte in huilen uit. ‘IK WIL DAAR STAAN!’ En ze wees naar de gevangenis. Toen ik haar uitlegde dat ik dan eerst een paar beurten moest dobbelen om haar te bevrijden, werd ze zo mogelijk nog bozer.
Maar eenmaal in de gevangenis, had ze het ook niet naar haar zin. ‘WANNEER MAG IK NUUUUUUU?’ gilde ze. Toen ik haar vertelde dat dit nog een paar beurten duurde, gooide ze dat spel ook omver.
Gelukkig zat de kat nog steeds achter de bank.
Opgegeven
Ik heb het maar opgegeven en haar voor Netflix gezet. Misschien niet zo educatief verantwoord, maar wel veel rustiger.
Over een paar dagen doen we wel weer eens een poging. Hopelijk hebben de pinguïns het dan wat minder te verduren.




Geef een reactie