Gisteren gingen mijn vriend en ik met de dochters wandelen. Het was immers prachtig weer en we waren wel toe aan een beetje beweging. Een half uur later dacht mijn oudste dochter daar heel anders over. ‘Ik haat wandelen!’
>> Overigens haatte mijn dochter als baby al het bos. Al trok ze later iets bij. Tot nu.
Het begon allemaal zo mooi. Mijn vriend had een mooi natuurgebied uitgezocht waar we zo naartoe konden rijden en we konden nog om dat meertje heenlopen ook.
‘Ik weet niet precies hoe groot dat rondje is, maar dat zien we dan wel,’ zei mijn vriend nog.
We besloten het erop te wagen.
Enthousiast
In eerste instantie reageerden de dochters nog wel enthousiast. In dat natuurgebied had mijn dochter nog wel eens gezwommen met een vriendinnetje. ‘Dat was superleuk!’
Achteraf hadden wij ook beter kunnen zwemmen en zonnen op dat strandje. Maar dat wist ik toen nog niet. Want hé, we zouden toch even sportief doen en gaan wandelen?
Door het bos
Het eerste stuk ging door een stuk bos. Aan de andere kant hadden we nog uitzicht op een grote boerderij met veel koeien. We hebben het hier per slot van rekening over het Friese platteland.
Mijn oudste dochter was niet onder de indruk. Zij keek omhoog naar de bomen en telkens omlaag naar de grond. ‘Zitten hier teken? Ik haat teken! wat doen we hier eigenlijk? Ik wil naar huis!’
‘Ik haat wandelen!’
Maar mijn vriend was niet voor één gat te vangen en koos voor een ander paadje dat er nog beboster uitzag. In de verte hoorden we de koeien loeien. Tot ergernis van mijn oudste dochter. ‘Ik haat koeien. Ik haat boerderijen. Ik haat wandelen. Ik ben een stadsmeisje. IS DAT EEN TEEK?’
Ik zweer je, met dat gegil heeft ze vast de koeien de stuipen op het lijf gejaagd.
Dat we goed gingen opletten en thuis een tekenset hadden, maakte geen indruk.
Kijk en lach:

Iets langer rondje
Dat ging zo ongeveer door totdat we een geasfalteerd pad langs het meertje konden nemen. Mijn oudste dochter keek steeds chagrijniger. ‘Hoe lang moeten we nog? Dit duurt echt heeeeeeeel lang.’
Dat had mijn vriend ook door. ‘Dit rondje was toch iets groter dan verwacht.’ Geen goed antwoord. ‘PAPA, WAAROM HEB JE DIT DAN UITGEKOZEN?’ riep mijn oudste dochter.
Intussen probeerde mijn jongste dochter al het water op te drinken (‘ik heb doooooooooorrrrrst’), klaagde ze ‘dat ze moe werd van lopen’ en werd het steeds warmer.
Dit was bepaald niet de gedroomde wandeling op Hemelvaartsdag.
Eindelijk
Eindelijk bereikten we na – voor mijn gevoel – heel lang te hebben gelopen het beginpunt: een meertje met een strand waar ouders met kinderen op gepaste anderhalve meter lekker lagen te relaxen.
Zij wel.
Dat gaan wij de volgende keer ook doen. Dat is een stuk meer ontspannen. Ik denk dat we daar mijn oudste dochter daar trouwens ook een groot plezier mee doen. Want dat dit stadsmeisje een hekel heeft aan wandelen weten we nu maar al te goed. Dat weten zelfs de koeien.




Geef een reactie