Wallen tot op mijn knieën. Met dank aan een zieke peuter en een baby die huilde, huilde en nog eens huilde vannacht. Ik zou er spontaan koffie van gaan drinken. En ik drink niet eens koffie.
Mind you, ik was voorbereid op deze periode. De eerste weken met een pasgeboren baby zijn altijd pittig. Is het niet de borstvoeding, dan zijn het wel de krampjes of wervels die niet goed zitten. Om maar even wat te noemen.
Vannacht waren het krampen. Want ja, ik mag dan wel goede flessen hebben, maar dat betekent niet dat de baby helemaal geen krampen meer heeft. In de eerste drie maanden zijn die darmen nog heel gevoelig en moet het allemaal groeien en leren ‘t eten te verteren.
Dat ging vannacht wat minder goed. Mijn dochter krijste het uit. Het enige dat hielp was haar – zo niet pedagogisch verantwoord – mee in bed nemen, op de buik of op de zij liggen en proberen te laten boeren. Want lucht laten ontsnappen bij die baby’s is héél belangrijk, zo heb ik inmiddels geleerd. Dat ging. En toen ik ook nog haar buik licht masseerde ( voorzichtig met de klok mee wrijven) ging het beter.
Maar niet voordat in de voorgaande uren vriendlief en ik talloze keren naar het bed van mijn oudste dochter waren gelopen. Het arme kind was namelijk ziek. Ze hoestte de longen uit haar lijf, had last van haar oor, dreigde over te geven en was vooral overstuur. Talloze knuffels, glazen water, een paar scheppen honing en kauw aspirientjes verder, werd ze stil. Ze sliep.
En toen begon mijn jongste dochter.
‘Ik denk dat wij morgenmiddag allemaal wel toe zijn aan een powernap’, zei mijn vriend nog om half zes vanochtend toen we toch nog een flesje erin goten bij de jongste die toen vooral hongerig bleek. Ik knikte. Ik was simpelweg te moe om te praten. Laat staan dat ik de woorden power nap kon spellen.
Maar vreemd genoeg functioneer ik vandaag gewoon weer. Oké, die wallen staan niet heel charmant en ik heb een ernstige behoefte aan cafeïne, maar voor de rest? Het gaat wel. Schijnbaar ben je ergens voorgeprogrammeerd om dit soort nachten ook te overleven.
Al kan ik niet wachten tot de lente. Dan zou mijn jongste – op papier dan hè – door kunnen slapen en zou mijn oudste dochter – met dank aan veel zon en warmte – minder last hebben van die rare virussen. Tenminste, dat hoop ik dan. Maar als je mij dan tegenkomt met een zonnebril op en een kop koffie? Dan weet je hoe laat het is. Dan reiken die wallen tot aan mijn voeten.
Afbeelding: © Hammett79 | Dreamstime.com




Geef een reactie