Mij doe je geen plezier met harde wind. Krijg ik hoofdpijn van. Mijn kleuter daarentegen vindt het hartstikke gezellig. Vooral als ze de regenlaarzen aan kan doen, we lopend naar school gaan en zij intussen in de plassen kan stampen.
Niet op de fiets
Dat was vanochtend het geval. Er was een Westerstorm voorspeld met op z’n minst windkracht 7. En ik weet niet hoe het met jullie is, maar dan zit ik liever niet op de fiets.
Niet alleen vanwege die tegenwind die ik op één of andere manier heb, maar omdat ik ook naar adem loop te happen dankzij longen die niet helemaal meewerken. Met als gevolg een rood hoofd, zweet op mijn voorhoofd en een verhoogde hartslag.
Niet mijn charmantste look.
En dus besloot ik dat we wel gingen lopen. De peuter was toch al naar het kinderdagverblijf gebracht door d’r pa. Bovendien lag de ketting van de fiets van mijn kleuter eraf. Dus fietsen lukte haar toch al niet.
De kleuter was enthousiast. Ze pakte zichzelf goed in met een jas, muts, sjaal en handschoenen. ‘Mag ik mijn laarzen aan?’ Dan kan ik in de plassen springen!’
Dat leek mij een prima plan.
Natte schoenen
überhaupt vind ik het toch al nooit zo’n goed idee om ze met hun goede schoenen door de regen te laten lopen. Op één of andere manier worden dan mijn kinderen dan altijd zeiknat. Inclusief hun schoenen.
En zie die schoenen maar eens op tijd droog te krijgen.
Dat lukt wel – met behulp van de verwarming -maar heel handig is het niet. Daar zijn per slot van rekening ook nog eens regenlaarzen voor uitgevonden.
‘Het waait vet hard!’
En dus gingen de laarzen aan en de schoenen in de tas. Voor op school. ‘Ik ben er klaar voor!’ riep de kleuter die natuurlijk al met één been buiten stond. ‘En het waait vet hard! Leuk!’
Leuk was nou niet het woord dat ik ervoor in gedachten had. Maar hé, als de kleuter het leuk vond, mocht zij het leuk vinden. Ik verzamelde vooral moed om naar buiten te gaan.
Want mensen, het waaide mij toch een potje hard. Niet zo hard als ik had verwacht, maar evengoed hard. Gelukkig regende het amper. Toch een geluk.
De kleuter rende voor mij uit. ‘IK HOU VAN DE WIND! IK VIND DE WIND GRAPPIG!’ En daarna sprong ze vrolijk in de plassen. ‘DIT IS LEU-HEUK!’
En opeens bedacht ik mij dat het toch heel prettig is om een kind te zijn. Je maakt je niet druk om de wind, de regen, de schade of een eventuele vertraging. Je hebt gewoon plezier met de wind en de regen. Boeien dat het nat en koud is.
Voor heel even vond ik de storm best leuk. Door de ogen van de kinderen wordt alles toch veel gezellig. Zelfs een storm.
‘Waar is die wind nou?’
Overigens bleek die storm erg mee te vallen. Na een aantal uurtjes was het tegen de middag alweer prima te doen. De wind ging liggen, de zon scheen en er viel zowaar wat blauw te ontdekken. ‘Waar is die leuke wind nou?’ vroegen mijn kleuter en een vriendje zich af.
Nou, weg. Mijn hoofdpijn was niet voor niets vergeten. Soms zit het mee.
De regenplassen waren er nog wel. Alleen was mijn kleuter vergeten haar schoenen om te wisselen voor haar laarzen. Gevolg? Zeiknatte schoenen.
Je kunt niet alles hebben.




Geef een reactie