Momenteel kijken we hier dagelijks naar de Olympische spelen. Soms op tv, soms op de tablet. De kleuter kijkt ook wel eens mee. En die beelden brengen haar op ideeën, want door de Olympische Spelen wil ze momenteel iedere dag op een andere sport. Ik heb haar uitgelegd dat dit niet helemaal haalbaar is, maar dat maakt haar niets uit…
Vandaag is ze trouwens dol op paardrijden. Met dank aan de dressuur. ‘Oh mama, wat mooi!’riep de kleuter toen ze die elegante ruiters op de paarden zag. ‘Ik vind paarden leuk. Mag ik op paardrijden?’
Ze kreeg het dagelijkse standaard antwoord:’eerst moet je leren zwemmen.’ Waarop mijn kleuter steevast met een ‘oh ja’ antwoordt.
Nou ja, niet altijd. Vooral niet als we naar het wedstrijdzwemmen kijken. Mijn kleuter – sowieso al een waterrat – lijkt zo’n wedstrijdbad helemaal het einde. ‘Oh mama, die zijn lekker aan het zwemmen! Ik wil ook zwemmen!’ Toen ik zei dat ze dat vanaf deze winter ging doen, werd er een rondedansje gedaan.
Totdat ze een tenniswedstrijd zag. Het maakte haar geen moer uit dat Kiki Bertens en haar partner verloren, dit leek mijn kleuter ook wel wat. ‘Mama, mag ik op tennis? Dan kan ik lekker slaan en rennen!’
Maar dat tennis was alweer vergeten toen ze atletiekwedstrijden zag. Daar konden ze pas rennen. En als mijn kleuter van één ding houdt, is het wel rennen. En toen was Usain Bolt nog niet eens in beeld. ‘Mama, dat vind ik leuk’, riep ze. ‘Ik wil ook rennen!’
Maar ja, dan heb je ook nog volleybal. Beachvolleybal om precies te zijn. Spelen met een bal op een strand. Hoe leuk kon het worden? ‘Dat wil ik ook mama’, riep mijn kleuter.
Al was dat beachvolleybal ook weer snel vergeten toen er een hockeywedstrijd voorbij kwam. ‘Oh mama, dit is leuk. Ik wil ook op hockey!’riep ze enthousiast.
Maar dat zal je vast niet verbazen.
En dan heeft ze nog niet eens gekeken naar het schoonspringen, handbal en het roeien.
Het enige waar ze niets positiefs over heeft gezegd is het judo. Maar dat kwam vooral ‘omdat ze het pak niet mooi vond.’ Blijkbaar voldeden de andere outfits wel. Ik heb geen idee waarom.
Overigens heeft ze die fascinatie met sport niet van mij. Ik heb zulke slechte longen dat als ik de paardenlucht in de manege al ruik, ik meteen wegvlucht. Zwemmen vind ik leuk, maar dan wel in rustig tempo. Tennis is oké, alleen is de bal raken een groot probleem. Hard rennen heb ik nog nooit gekund en ik word bij voorbaat moe als ik kijk naar beachvolleybal en hockey.
Dat heeft ze allemaal geërfd van haar sportieve vader die heel veel sporten onder de knie heeft. En dat is maar goed ook, want van mijn genen moet ze ‘t niet hebben.
Maar aandoenlijk vind ik het wel. Het is leuk om te zien dat de Olympische Spelen iets losmaakt bij kinderen. Volgens mij is dat ook precies de bedoeling. Niet dat ik denk dat mijn dochter ooit meedoet aan de Olympische Spelen, die kans is echt bijzonder klein, maar omdat ze op deze manier vertrouwd wordt gemaakt met veel verschillende sporten.
En dat is toch een leuk gevolg van zo’n groot sportevenement.
Al ben ik blij dat ze eerst op zwemmen gaat. Voor je het weet sta ik straks toch in zo’n manege. Dank je wel Olympische Spelen.




Geef een reactie