Onlangs hoorde ik twee moeders met hun baby’s in de kinderwagens met elkaar babbelen. Het zag er gemoedelijk uit. Tot ik de twee vrouwen passeerde en een deel van hun gesprek opving. Tussen de regels door bleek het helemaal geen relaxt gesprek te zijn. Integendeel. De vrouwen waren keihard elkaars kinderen aan het vergelijken. ‘Kan jouw Sem dit al? Mijn Lotte doet het al vier weken!’ Inwendig zuchtte ik.
Vooral omdat ik zelf ook al veel van die vragen op mij kreeg afgevuurd over mijn twee dochters. Het begon met ‘heeft ze al tandjes’ of ‘rolt ze al?’ en ‘zit ze nu?’ Het verbaasde mij altijd dat sommige vrouwen niet vroegen of het kind al vloog. Ik probeerde er relaxt mee om te gaan en dus belandde ik dan ergens in de sfeer van opmerkingen ‘dat ze groeide als kool en dat ze een lekker vrolijk wijf was.’
Daarmee kan je nooit de plank misslaan, dacht ik zo. Hoewel, zal je net zien dat het kind – een minuut nadat je deze uitspraak hebt gedaan – het op een brullen zet. Karma heet dat.
Tegenwoordig vragen sommige ouders (mind you, de meeste niet) net iets te graag of ze al haar zwemdiploma’s heeft (die had mijn oudste al op haar op vijfde, daar was ik mooi vanaf) en ‘of ze nu een zon, maan, ster of raket’ is. Even ter info: dat gaat dus om het leesniveau van het kind.
Maar ik heb nu helemaal bijgeleerd en dus roep ik maar dat zolang mijn kinderen zich maar in dit heelal bevinden, ik alles wel prima vind. De opgetrokken wenkbrauwen zijn dan trouwens onbetaalbaar.
Ratrace
Hoe dan ook, de ratrace tussen de moeders – zo noem ik het voor het gemak maar even – begrijp ik niet. Ja, ik vind ik het prima om te horen wat Jan, Piet of Keesje nu weer kan. En het is ook leuk om te horen dat Lot, Puk of Mila al konden lopen met negen maanden, een complete ouverture op hun tweede op de piano konden spelen of zichzelf op hun derde hebben leren lezen.
Prachtig voor de kinderen. Heel leuk voor de ouders.
Maar wat maakt het uit?
Maar wat maakt het uit? En dit wordt misschien een teleurstelling voor de twee moeders die ik eerder dat gesprek hoorde voeren, maar het zegt niet bijzonder veel over de toekomst. Ik ken mensen die tot vier jaar amper wat zeiden en je nu de oren van de kop lullen. Ik ken ook mensen die met negen maanden konden lopen en die zich uiteindelijk tot behoorlijk slome types ontwikkelden.
Voor mij is het enige dat telt of het kind het voor zijn of haar doen lekker doet. De één is nu eenmaal wat sneller dan de ander. Bovendien kan de één snel lopen, maar kan de ander al redelijk praten met één jaar. Er valt geen peil op te trekken. En geloof me, ik kom uit een héle grote familie: ik heb ze in alle soorten en maten aan mij voorbij zien trekken. En de meeste van die kinderen – hoe moeizaam soms hun start ook was (ook op de lagere school) – zijn prima terecht gekomen.
En daarom doe ik ook niet mee met de ratrace. Ik vertik het. Ik doe het niet. Vroeger niet, nu niet. Mijn kinderen ontwikkelen zich maar lekker op hun eigen manier. Soms zal dat wat sneller gaan en soms ook wat trager. En als ze soms een duwtje in de rug nodig hebben, doe ik dat met alle liefde.
Maar ach, zolang ze maar redelijk blij en gezond blijven, vind ik het goed. Misschien hadden die twee vrouwen in de supermarkt dat ook tegen elkaar moeten zeggen. Was ‘t gesprek een stuk leuker geweest.
Alle namen zijn trouwens gefingeerd.




Geef een reactie