Komende maandag bel ik de aanstaande juf van mijn jongste dochter om te vragen wanneer ze een ochtend kan proef draaien op de basisschool. En ik heb nu al een steen in mijn maag. Niet omdat mijn dochter er geen zin in heeft, want ze heeft er juist vreselijk veel zin, maar vanwege mijzelf …
Ik zie er een beetje tegenop. There, i’ve said it. Overigens had ik ook een brok in mijn keel toen mijn oudste naar de basisschool ging, maar ik keek er niet zo tegenop als nu.
En dat is eigenlijk hartstikke belachelijk, want mijn oudste dochter heeft niet eens proef gedraaid. Zij is in september – ze moest nog vier worden in diezelfde maand – naar de basisschool gegaan. En daarbij, mijn oudste wilde dolgraag naar school. Ze wilde al niet eens meer naar de peuterschool en het kinderdagverblijf.
En toch voelt het nu anders.
Misschien komt het omdat het mijn jongste dochter is. Als zij naar de basisschool gaat, heb ik weliswaar meer tijd en wat meer rust, maar dan is ze wel definitief ‘groot.’ Dan is er een tijdperk voorbij.
Ik troost mij met de gedachte dat er dus ook weer een nieuw tijdperk aanbreekt. Maar het is een beetje afscheid nemen. En soms doet afscheid nemen een klein beetje pijn.
Aan de andere kant: mijn jongste dochter heeft er vreselijk veel zin in. Dan kan ze spelen met haar vriendinnen – die al over zijn – op het schoolplein, haar beste vriendinnetje op de peuterschool volgt een maand later (dus dat afscheid is ook geen probleem) en heeft ze weer nieuwe uitdagingen waar ze ook aan toe is.
Aan mijn dochter ligt het niet. Het ligt aan mij. Ik moet afscheid nemen. En ja, ik kijk nu al op tegen de ochtend dat ik haar voor het eerst naar haar klas breng. Ik heb nu al een brok in mijn keel.




Geef een reactie